Verheugt u nondeju met mij

Ik was de wanhoop nabij. En wel hierom: sinds de kroontjeskrisis zijn alle ontbijtcafees, smikkelhoeken en lunchlokatsies gesloten en dreigt een groot deel van de mensheid te verhongeren. Bovendien verveelden ze zicht te pletter en herinnerden zich nog net op tijd — fors geholpen door de suïcidale media — dat ze ook nog bejaarde ouders, opaas en omaas hadden waar ze eerder met geen stok naar toe te slaan waren. Dus gingen ze videobellen, lieve teksten op de stoep kalken en hoorden van die bejaarden dat je zèlf ook koekjes en zoete broodjes kunt bakken en dat dat leuk is. Gevolg: overal maar dan ook overal waren eieren, bloem en gist uitverkocht! En pleepapier maar het verband ontgaat me.

Daar zat ik als thuisbakker. Ik had nog meel voor drie broden en twee zakjes gist en de molen was gesloten vanwege dat hoerige virus, hetgeen ik kan billijken. Ten einde raad keek ik toch maar weer eens op de site van de molen en toen bleek dat de sluiting nog alleen voor de zondag gold.
Met een bonzend hart vol ongeloof liep ik naar de molen en verdomd al van verre zag ik het waterrad draaien. De deur was dicht maar het bovenste deel was een loket geworden met plexiglas spatscherm en daar stond de molenaarsvrouw breed lachend de klanten te helpen en ik was meteen aan de beurt en kocht wat ik nodige had — nee niet meer, zo ben ik niet — en rekende contactloos af met de banken-app op mijn aaiFoon en keerde luid zingend zonder dat iemand het hoorde terug naar huis.