Sta ik ineens voor paal

Ik word wakker door geluiden die ik niet thuis kan brengen, draai me nog een keer om en sta een uur later toch maar op want ik heb zin in koffie en moet pissen. Als ik even later met een dampende mok in mijn hand de gordijnen openschuif wacht me een verrassing: ik sta voor paal. Een flinke paal staat plotseling midden op het grasveld, het met een dikke lag sneeuw bedekte grasveld, paal te zijn.
Dan schiet me te binnen dat naar aanleiding van een deskundig onderzoek naar de stand van het gevogelte —inclusief vleermuizen — is besloten om overal nestgelegenheid aan te brengen voor oa mussen die ik hier in de afgelopen twintig jaar nog nooit gezien heb, maar ik ben dan ook geen doorgeleerde deskundige.

Ja, ik leef nog maar op een zacht pitje, een soort winterslaap. Er gebeurt hier nagenoeg niks dat de moeite van het vermelden waard is of het zou moeten zijn dat ik erg gelukkig ben met de lock down (alles wat met het virus te maken heeft moet bijkbaar in het Engels naar ons toe gecommuniceerd worden) getest en negatief bevonden, m’n eerste ouwe-lullen-prik erin gejast is en vergeten ben om te kijken of ik bijwerkingen had en voor de rest intens tevreden de wereld aanschouwd heb. Vandaar.

Toch benieuwd wat er boven op die paal komt, een wiel voor een ooievaarsnest? Lijkt me leuk.