Met de poten in de klei

Iedereen met een net pak en gepoetste schoenen in het algemeen en vakbondbestuurders en politici in het bijzonder mogen dat graag in de mond nemen. Dus waarom ik niet. Alleen hier op het zand heb je zo verrekte weinig klei, een beetje leem, maar na al die regen volstaat zuigende zomp ook.
Nee dan in het noordoosten van Groningen, daar hebben ze klei! Plakklei waarvan je als het regent grote hompen onder je schoenen krijgt alsof je op klompen door de sneeuw loopt. Ik ben daar geweest tijdens mijn zwerftochten, ondermeer in het dorpje Doodstil dat aan het Boterdiep ligt tussen Zandeweer en Uithuizen. Die naam komt van de ophaalbrug van de familie Dood en zo’n brug noemen ze daar een til; vandaar de naam. Hoewel het bruggetje tussen Vierhuizen en Niekerk de Zuidemaklap heet, ben ik nooit het dorpje Doodklap tegengekomen.

Het loopt werkelijk de spuigaten uit

Het loopt de spuigaten uit met onze bejaarden. Nog niet zolang geleden sloegen hoogopgeleide nuttelozen alarm vanwege een tsunami van geheel of gedeeltelijk gebroken senioren; de ziekenhuizen stroomden vol.
Alleen door speciaal opgezette valcursussen voor alle kwetsbare oudjes kon een ramp afgewend worden en geheel toevallig konden diezelfde hoogopgeleiden die cursus aanbieden, geheel of gedeeltelijk vergoed door de zorgverzekeraar. Mooi toch.
Maar nu alle brekebenen hebben leren vallen lijkt het probleem nog lang niet opgelost want uit recent onderzoek blijkt dat onze bejaarden ook nog eens zuipen als tempeliers.
En daar gaan we weer, want alleen al dit jaar zijn er meer dan tweehonderdzestig dronken senioren met min of meer ernstige kwetsuren op de eerste hulp beland.
Daarom geef ik hier helemaal gratis en voor niets de cursus ‘Ouwe Klare’: ga na je tachtigste nooit meer met een stuk in je kraag de tango dansen met een dartele deerne en zorg altijd dat je stevig zit voor je de fles aanlegt.

Stof tot nadenken

Volgens de leer van de Rooms Katholieke Kerk waarvan de leider, de paus genaamd, in Rome zetelt – vandaar dus de toevoeging rooms maar dat weten we allen nietwaar – is het vandaag het feest van Allerzielen. Vandaag gedenken we daarom alle dierbare dooien met als motto: stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren. Vroeger was dat een vrije dag en sjouwde de hele familie naar het kerkhof met schoffel en spade, handveger en blik en verse bloemen zodat opoe er na een uurtje doorwerken weer een jaartje netjes bijlag en men geen praot achter zunne rug kreeg.
Nu moet iedereen gewoon werken en hoewel er best nog wel hier en daar in de voormalige Generaliteitslanden bovengenoemde rituelen opgevoerd zullen worden, is het nu het zwaar commerciële Halloween dat onze diepgewortelde behoefte aan onbegrijpelijk rituelen een handreiking doet. Want er bij zijn is belangrijker dan weten waar het over gaat. Daar moet ik aan denken als ik dat rijtje stilstaande automobielen — wat toch een deftig woord is voor zelfbewegers — zie staan en de poetsmasjien die op z’n dooie gemak de krullen van de trap krabt.

Want het was voorzegd

Het was in die dagen van de voorzomer dat er een vlugschrift in mijn brievenbus werd bezorgd. Het was een blijde boodschap van twee kunstenaars Bianca en Marlies, die mij zwaar gesubsidieerd toeriepen: (be)grijp me. Ik begreep er geen zak van maar zag dat de blijde boodschap bezorgd zou worden als ik in de trein zat op weg naar het diepe zuiden en dus liet ik het aan m’n reet roesten. Maar heden ochtend, ik zat net aan de koffie en krant, ging de bel van de binnendeur en toen ik enigszins verstoord opende stond er een jonge vrouw, type uitgehongerd, me stralend aan te kijken. Haar mond was knalrood geverfd alsof het onschuldig bloed van een vorig slachtoffer er nog aankleefde. Ik verstond haar bijna niet maar allengs werd duidelijk dat dit Bianca of Marlies moest zijn met de beloofde blijde boodschap. Met veel moeite wist ik haar duidelijk te maken dat ik daar geen boodschap aan had en dat ik verder met rust gelaten wilde worden. Even later ging weer de bel en stond nummer twee me aan te stralen. ‘(Be)grijp me goed maar m’n koffie wordt koud en er is al iemand geweest’ riep ik wanhopigen en dat snapte ze.
Toen ik later boodschappen ging doen stonden er felgekleurde stofzuigerslangen in het trappenhuis en hingen overal opruiende teksten, maar Bianca en Marlies waren verdwenen en dat was maar maar goed ook want je zou je voor minder aan iemand (ver)grijpen.

De Gender

Eindhoven dankt zijn naam aan een hofstee die lang geleden op het eind van een langgerekte zandrug aan het riviertje de Gender lag. Niet aan de Dommel die weliswaar vlakbij stroomde maar waarvan het dal veel te drassig was om bebouwing mogelijk te maken. Zo’n kleine achthonderd jaar geleden was de nederzetting zo groot gegroeid dat hij stadsrechten kreeg van hertog Jan d’n uurste of een andere vergelijkbare hotemetoot. De Gender werd een onderdeel van de grachten en door het stadje geleid voor blus- drink- en bevloeingswater en stroomde bij het klooster Marienhagen in de Dommel.
Maar genoeg geluld over water — ik krijg er alleen maar dorst van — want waar het natuurlijk omgaat is of diezelfde Gender wel neutraal is! Of niet alleen heren en damesmevrouwen zich kunnen verpozen aan haar oevers, maar of ook de LHBTWQRSTV-gemeenschap met een gerust hart de voetjes in het water kan laten bengelen zonder zich buitengesloten te voelen. Hier wacht het gemeentebestuur een duidelijke en mooie taak dacht ik zo.

Oude Klaas

Toen ik jong was had je geen televisie, geen internet dus ook nergens wifi en al helemaal geen computers en slimme telefoons. Ergens ver weg gestopt in laboratoria stonden weliswaar enorme bakbeesten, zo groot als een hele straat in een achterstandswijk, die ze computers noemden en sommige bevoorrechte mensen hadden een televisieontvanger waar savonds een paar uurtjes beeld en geluid uitkwam, uitgezonden door één enkele zender.
Maar ik taalde niet naar dat soort dingen want ik las boeken, veel boeken, heel veel boeken en met heel veel plezier. In de grote vakantie fietste ik minstens drie keer per week naar de bibliotheek om de gelezen boeken om te ruilen voor ongelezen exemplaren, steevast mopperend dat die ongelezen boeken zo dun waren. Op een paar nieuwere boeken na zoals de Bob Evers-serie, Pim Pandoer, Arendsoog en later De Kameleon, was de rest van voor de oorlog, vaak ver voor de oorlog zoals Karl May, Jules Verne en natuurlijk onze nationale helden Dik Trom en Pietje Bell.
Ik las het allemaal en met enorm veel plezier en in een van die boeken over de avonturen van een Nederlandsche jongen met een hart van goud komt de oude Klaas voor. De oude Klaas had voor moeder een paar klusjes opgeknapt en als dank mocht hij in de bijkeuken op een oude stoel plaatsnemen — na uiteraard eerst zijn klompen te hebben uitgetrokken — en kreeg van moeder een kop koffie!
Waarom heb ik dat onthouden, want van de rest van dat boek weet ik helemaal niks meer, geen titel of waar het over ging. Nee de reden is dat er stond: ‘De oude Klaas liet zich de koffie goed smaken.’ Dat klonk alsof hij een overheerlijke godendrank had genuttigd en nog steeds, als de koffie mij smorgens buitengewoon goed smaakt, roep ik blij en tevreden: ‘Echte ouweKlaaskoffie!’

Mijn allereerste keer

Vroeger als ons moeder de vitragegordijnen aan het wassen was en dat gebeurde ‘op’ de hand dan moest ik altijd komen kijken hoe bruin dat spoelwater wel niet was van het roken dat we deden. Ik knikte dan braaf en trok de enige juiste conclusie: nooit geen vitragegordijnen. En dat heb ik zo gelaten de rest van m’n leven ook toen ik allang gestopt was met het verbranden van zware shag van de weduwe van Nelle en met groot welbehagen inhaleren van de rook. Maar twee dagen geleden houd ik het niet meer, al vroeg in de middag brandt de lentezon onbarmhartig juist op de plek waar de iMac staat en moet ik het lichtdichte rolgordijntje sluiten, maar dan zit ik zo ongeveer in het donker en na al die natte sombere dagen wil je wel het licht zien. Dus heb ik het naaimasjien gevat, vervolgens de strijkbout en nu hangt er een spiksplinternieuw hagelwit vitragegordijntje dat het licht keurig filtert en dempt.
Ben benieuwd of ik dat ooit op de hand zal wassen, spannend.

Gezellig weer eens naar de pillenautomaat

Koud en nevelig en dus mooi en vooral toen ik bij het Rozenknopje de Hoogstraat inkeek. Snel de aaiFoon gepakt en ‘zwoeisz’ zei de foto-app. Vroeger pakte je de paraattas en ‘ksss’ zei de sluiter van je betere klapcamera, althans volgens Dick Boer. Het vervelende van die moderne dingen is dat je die nevel lang niet zo mooi kunt weergeven als in de tijd van toen, maar daar staat veel goeds tegenover toch.
Het Rozenknopje daar ben ik vroeger wel eens geweest, eigenlijk best vaak zeg maar ongeveer iedere dag en het was er gezellig. Als je binnenkwam moest je na eerst het tochtgordijn ook nog het rookgordijn opzij duwen en je dan op de tast een weg naar de bar wringen waar Roos de pils al had klaarstaan want Roos kende haar klanten.
Die klanten waren van zeer uiteenlopende pluimage, variërend van reclame- en bennekeltuig, hard werkende nederlanders, nederlanders met een migraine-achtergrond, misselijk makende middenstanders tot eeuwige en zelfs tijdelijke studenten en vooral veel lekkere wijven van alle leeftijden en voor elk wat wils, en allemaal zuipen en roken of het de laatste kans was. Kortom een gezellig etablissement. Ik kom er allang niet meer en weet ook niet hoe het er tegenwoordig aan toe gaat maar vrees het ergste want dankzij de geldwolven van de vvd die de accijns op tabac hebben verhoogd tot het niveau van de vertrekvergoeding voor een blunderende en frauderende topbestuurder en het rookverbod voor kroegen door de tutteltrutten van links, vrees ik het ergste. Geen wonder dat de jongelui van tegenwoordig hebben moeten uitwijken naar tochtige weilanden en daar massaal staan te springen van pure ellende.