Tegenlicht

Natuurlijk heb ik niks tegen licht, maar het moet niet zo zijn dat ons moeder zou zeggen: ‘Eet dat kind wel goed.’ En als ik in deze gepolariseerde tijd moet kiezen tussen ‘knotje met’ en knotje zonder’ dan toch liever mèt.
Ikzelf kom op deze foto, die in het kader van ‘de beste camera is de camera die je bij je hebt’ met de aaiFoon is gemaakt, net terug van de Turkse buurtsuper waar ik  behalve kruiden een emmertje romige yoghurt heb gescoord. Hemels.
Dit is trouwens een van de weinige onbewaakte oversteekplaatsen — waar nu die bus rijdt tjoeke tjoekte vroeger de stoomtrein uit Hasselt — en  hier gebeurt dus nooit iets, iedereen kijkt goed uit.
Elders moet je op het groene licht vertrouwen maar daar liggen die bijdehante doorgeleerde deskundigen in hun bmw’s op de loer want een geschepte bejaarde mèt rollator levert al gauw 150 punten op en een scootmobiel minimaal 300.
Ja, zo gaat dat, ook op mooie zonnige dagen.

Een bruggetje te ver

Veel en veel te ver, nog niet in de buurt was ik. Helemaal de deur niet uit geweest zelfs hoewel ik overmoedig al met één been in m’n buitenbroek stond. Gelukkig kreeg ik op tijd in de gaten dat het mijn vaste luie-donder-dag was want die valt steeds op een woensdag. Dus heb ik ijlings de stoeibroek weer aangetrokken en ben lekker warm achter een warme computer in een warme kamer gaan zitten.
Pfff dat scheelde niet veel.

Herfstkleuren

Vandaag weer eens gezellig naar het ziekenhuis geweest, het Maxima Medisch Centrum Veldhoven. Dat laatste moet er wel nadrukkelijk bij want om het allemaal zo makkelijk mogelijk naar de klant toe te communiceren is er vlakbij in Eindhoven nog een Maxima Medisch Centrum.
Hele busladingen zouden er dagelijks verkeerd afgeleverd worden als niet iedereen gezellig met de eigen auto ging. Op een paar excentriekelingen na, maar die weten wel hoe het haasje hoest.
Deze keer de oren, de jaarlijkse grote beurt en gelukkig hebben ze het wachten niet afgeschaft want anders was ik binnen vijf minuten klaar geweest en had ik dezelfde bus terug kunnen nemen. Maar dat werd niet de volgende en ook niet de daarop volgende…
Afijn ik ben weer thuis en nou de oogarts nog.

Tis om te janken mevrouw den dokter

De elfde van de elfde, traditiegetrouw begint dan het gejeuk over Carnaval. Ben ik aan gewend, kan ik mee leven. Het bedelen door kinderen van rijke ouders, dat zo populair is in de Randstad is hier hier in de voormalige Generaliteitslanden, zeg maar de kolonies van de Zeven Provinciën niet echt een succes geworden. Ik heb er tenminste geen last van hoewel ik ze een aantal jaren geleden toen de hele bende inclusief beschermouders op de stoep stond, alleraardigst heb toegesproken maar uiteraard niks toegestopt.
Maar nou is het plotsklaps ook hier te lande in de mode om het einde van de eerst wereldoorlog te herdenken en tot overmaat van ramp hebben vier rare chinezen bedacht dat 1111 = 4 keer 1 en besloten om die dag voortaan de ‘Dag van de vrijgezel’ te noemen maar dan op z’n chinees.
Dus rook de misselijk makende middenstand omzet en had ik vanmorgen al diverse mailtjes met de oproep om vooral  al dat voordeel niet te missen op ‘Singles Day’.
En toen begon het te regenen.

Alleen een flinke wind helpt hier

Ik sta voor het raam en denk. Ik denk wat raar dat ene blad aan die verder kale struik en zo groot. Kijkertje, grote joekel en dan zie ik — en u nou ook op de foto — dat het blad, duidelijk van een Plataan, gevangen zit in die struik en goed ook.
Dat blad komt zo maar een twee drie niet los, daar is een flinke wind voor nodig.
Even zo vrolijk toch een mooi gezicht en ik heb iets om naar uit te kijken.

Ik zou graag ’n keer in de Prut zitten

Hoeft niet tot aan m’n nek, staan net tot aan de enkels is ook goed, maar als ik een emmerlijst had zou deze wens op nummer één staan.
Veel mensen willen blijkbaar graag Napels zien of een kruisvaart maken op zo’n gigantische jan-kanker-boot en dan in Venetië worden opgewacht door honderden zwijgende Venetianen die als welkomstgroet de middelvinger opsteken — heb ik gezien op de televisie, krampen van het lachen.
Nee ik neem genoegen met de Prut… de Prut? Ja, zo heet de grensrivier tussen Roemenië en Moldavië, die in de Karpaten ontspringt en uitmondt in de Zwarte Zee en waar ik al twee keer een prachtige documentaire over gezien heb.  Maar het zal er wel niet meer van komen. Ook goed.

Driewerf hoera

Het was mei en ik dacht: mooi die applausrozen maar wat er achterstond daar lette ik eigenlijk niet op. Natuurlijk zag ik dat het rogge was, maar al eerder bleek dat die niet voor de menselijke consumptie bestemd was maar voor de koei. Hetgeen mij erg verbaasde want van een hippieboer verwacht je dat niet. Ik niet tenminste.
Maar zoals deze week bleek, was het dit jaar anders dankzij de nieuwe molenaars. Dus bakte ik van het meel een brood en het smaakte mij wonderwel. De molenaar zei al dat het meel donkerder van kleur was dan anders en mij leek het ook wat grover gemalen.
Kan allemaal best verbeelding zijn geweest maar dan graag een luid en driewerf hoera voor deze verbeelding. Zo lust ik er nog wel een paar.

De Hoop op de Walvis

Ik las ooit ergens lang geleden, in een gedrukt boek uiteraard, over een deftig Redershuis ergens in Holland of Zeeland, dat de ‘Hoop op de Walvis’ heette.
Op het internet vind ik nu alleen een restaurant ‘De Hoop op de Swarte Walvis’ dat stamt uit de negentiende eeuw en ligt in de Zaanstreek. Dat bedoel ik dus niet.
Daar moest ik aan denken toen ik gisteren het leefnet van deze ouwe vissende gek zag. Grote genade, een walvis is misschien wat overdreven maar in de Dommel zwemmen geen steuren of meervallen, maar misschien waren zijn ogen groter dan zijn maag.
Die roestige plaat ijzer stelt dus Vincent van Gogh voor die de Genneper watermolen geschilderd heeft… zeggen ze. Die molen zie je hier niet maar ligt links net buiten beeld maar dat weet u onderhand wel.

Ik kwam helemaal opgewonden thuis

M’n roggemeel is op en zo ook het brood dat ik met het laatste restje gebakken heb. Hop naar de molen dus, ja is het maar zo eenvoudig want ik heb een steeds grotere hekel om me onder de mensheid te begeven en het is allemaal zo’n gedoe.
Ik schop mezelf onder de kont en in mijn broek en schoenen, jas aan, portemonnaie, rugzakje en natuurlijk mijn zwarte wollen alpinopetje op. Best lekker weer eigenlijk, het is rustig en alleen bij de roestige plaat ijzer die Vincent van Gogh moet voorstellen zit een ouwe gek te vissen. 
In de molen zelf is behalve de molenaarsvrouw maar één damesmevrouw aanwezig die er niet al te gevaarlijk uitziet. Maar ze moet lachen om mijn grapjes en da’s natuurlijk erg verdacht want dat doet niemand, dus ik blijf op mijn hoede.
Er is roggemeel en ook nog in vijfkilozakken en bovendien is de rogge afkomstig van de Genneper Hoeve vertelt de molenaarsvrouw. Mijn mond valt open van verbazing en zeg: ‘Deze keer niet aan de beesten gevoederd?’ ‘Nee, want nu malen wij hier op de molen’ zegt ze heel trots.
Ondertussen is de molenaar ook binnengekomen en als ik vraag naar grof gemalen rogge spreken we af dat volgende week als hij niet op de grote stenen maalt hij graag met mij een kilo of zo wil malen en dan moet ik maar zeggen hoe grof ik het hebben wil. Zo doet hij het ook met Marokkanen als die om grove tarwe komen.
Kijk dat is nou daadwerkelijk iets aan en voor het milieu doen: rogge uit mijn achtertuin, gemalen in de watermolen om de hoek.
Helemaal opgewonden kom ik thuis, dat snapt u.