Zeg kleine wolkjes

Waar komen jullie vandaan zo plotseling? Ik lig op m’n rug op de bank en kijk onder de zonwering door naar de strakblauwe hemel en ineens ontstaat een klein wolkje uit het niets. En nog een en de eerste krimpt en is al weer bijna weg.
Hola de pianola, ik ben ineens klaarwakker want waar komt die waterdamp vandaan? Na diep en lang nadenken kom ik tot de conclusie dat de crematoria hier in de buurt de oorzaak zijn. Want er komt natuurlijk waterdamp vrij bij het opstoken en dat gaat via de schoorsteen de lucht in.
Ik vind het een mooie gedachte dat opa nog even als wolkje naar de achterblijvers zwaait. Dat wil ik later ook want mijn wens om op een bergtop aan de gieren gevoederd te worden of opgezet als staande schemerlamp ergens in de hal te staan ziet grotezus niet zitten. Zij is er namelijk ondanks dat ze vijf jaar en één dag ouder is, heilig van overtuigd dat ze mij later persoonlijk moet afleggen. Dus waar blijf ik dan.

Agrariërs

Omdat ik best wel eens onder mijn steen vandaan kom en de interessante buitenwereld betreed heb ook ik gehoord van het verschijnsel ‘Reality Show’. Dat is gluren voor gevorderde voyeurs, die zo een intiem kijkje krijgen in de ziel van zich kwetsbaar opstellende contractueel verneukte randdebielen.
Vooral de plattelanderige serie Boer zoekt vrouw is razend populair, met name bij hoogopgeleide betweters. Ikzelf ben te stom om de zin van dat als divertiment vermomde leed te begrijpen en zou bovendien accuut last van plaatsvervangende schaamte krijgen zelfs zonder geluid.
Maar wat ik helemaal niet begrijp is het uitblijven van felle reacties op de sokiale media van bijvoorbeeld de LHBTW-gemeenschap die er anders toch als de kippen bij is om de haan het hok uit te jagen. Ook de diversiteit-denkers en etni-sensitieven hullen zich in oorverdovend stilzwijgen.
Mocht de pleuris alsnog uitbreken dan geef ik hier alvast een paar genderneutrale alternatieven: ‘Loeren naar de boeren’ en ‘Plattelander zoekt dé ander’.

Ja hoor we zijn er weer

Al in de lang, lang, zeer lang geleden ouwe oertijd, had de mens bedacht dat zittend in een bootje een erg comfortabele manier van reizen was. En of dat nou in een uitgeholde boomstam of in een van takken en dierenhuiden of boomschors geknutselde kano was, zittend deden ze dat want ze waren al moe zat. En dan komt de moderne mens die alles beter weet en bovendien wifi heeft en die gaat staan op een wiebelende plank. Dat moet, dat is leuk, iedereen doet het, ook als het water nog ijs- en ijskoud is.
En ik, ik snap er weer eens geen ene malle moer van want ik hou als luie sodemieter nog meer van makkelijk dan die ouwe oermens.

Wat zie je dan

Met grote belangstelling, terwijl ik me afvraag of ik het koud of verrekkes koud heb, volg ik vlak voor mijn raam de grote poetsbeurt van dit kauwke. Zonder douche, zeep of washandje wordt alles duchtig onderhanden genomen tot alles weer blinkt als een tiet in de maneschijn en de vogel weer strak in het pak zit. Prachtig om te zien.
Maar dan, in plaats van weg te vliegen, gaat ie strak naar een bepaald punt zitten kijken. Ik kijk mee maar zie niks bijzonders. Kijkertje, ook niks en dan pak ik m’n camera, klik de joekel erop, stel scherp en maak foto’s waarop ook niks te zien is. En al die tijd zit de vogel doodstil voor zich uit te staren. Dan draait het koppie in mijn richting, kijkt ie me aan met dat kraaloogje, schudt de veren en gaat op de wieken. Rare vogel.

Zeg kleine ree

Als jij graag springt, zeg pas dan op, pas op wanneer de jachthoorn klinkt! Dat zongen de Selvera’s of de Limbra zusjes vroeger en het schalde uit de radio tijdens de Arbeidsvitaminen. Maar dat was vroeger, want er klinkt geen jachthoorn meer, nee nu zitten de moderne dierenliefhebbende natuurbeheerders stilletjes in comfortabele mobiele hoogzitters om met nachtkijkers en telescoop-geweren de hertjes en reetjes vol lood te pompen. Verderop gaan ondertussen tienduizend varkens levend in de fik, maar die zijn goed verzekerd en geen natuur, maar productie-eenheden die op de balans staan.

Ik ben dichter

‘Ik ben dichter… dichter bij de dood dan ik gisteren was’. Deze treffende woorden waren op de muur boven de pisbakken geschreven, tussen andere meest scabreuze teksten, in een van de cafés die ik lang geleden frequenteerde.
Ik moest daar altijd vrolijk om lachen want voor mij was dit het gedicht dat alle gedichten overbodig maakte, maar de man die dat daar neerschreef heb ik nooit ontmoet en dat is jammer. Ja natuurlijk was het een man, want hoewel slimme meiden die de drukte bij de ‘dames’ wilden omzeilen de ‘heren’ wel wisten te vinden, moet ik de eerste mevrouw nog zien die vrolijk klaterend de muur boven de pisbak volkladt.
En dat is nou net het probleem anno tweeduizendachttien nu het gedrag van de kunstenaar bepalend is geworden voor de kwaliteit van het kunstwerk en ik dus niet weet of ik van de bloedraad nog wel mag lachen om dat prachtige gedicht, want misschien deugde de maker wel helemaal niet, heeft hij verkeerde sympathieën gehad, zich racistisch en seksistisch uitgelaten of zich grensoverschrijdend met damesmevrouwen bemoeid. Allemaal niet ondenkbaar in die jaren in die gelegenheden volgens de normen van nu.
Daarom een foto die ook nergens opslaat.

Emotioneel steundier

Een 21- jarige Amerikaanse studente heeft haar emotioneel steundier, een dwerghamster, door de plee van het vliegmachineveld gespoeld omdat het diertje niet mee mocht in het vliegtuig. Emotionele steundieren zijn de nieuwste gekte in uiteraard Amerika om lieden met een medisch probleem wat afleiding te bezorgen en worden soms door de dokter voorgeschreven. Deze studente had een goedaardige puist in haar nek en die moest verwijderd worden.
Toen ik het las op de site van de NOS moest ik aan het egeltje denken dat ik lang geleden tegenkwam op een zandweg in de buurt van Bergeijk en die ik met zachte dwang en ernstig toespreken probeerde te overtuigen dat ie beter aan de kant kon gaan want het was volop ‘mais-um-doen-tijd’ en wat er dan aan monstertrekkers en dito karren daar rondscheurt is niet gezond voor kleine egels. Uiteindelijk heb ik het beestje maar zachtjes opgepakt en resoluut in de hei gezet ver van de weg en het verbaast me nu nog dat het beestje helemaal niet stekelig aanvoelde.
Maar of ik toen een emotioneel steunmens voor dat egeltje was weet ik niet.

Met de poten in de klei

Iedereen met een net pak en gepoetste schoenen in het algemeen en vakbondbestuurders en politici in het bijzonder mogen dat graag in de mond nemen. Dus waarom ik niet. Alleen hier op het zand heb je zo verrekte weinig klei, een beetje leem, maar na al die regen volstaat zuigende zomp ook.
Nee dan in het noordoosten van Groningen, daar hebben ze klei! Plakklei waarvan je als het regent grote hompen onder je schoenen krijgt alsof je op klompen door de sneeuw loopt. Ik ben daar geweest tijdens mijn zwerftochten, ondermeer in het dorpje Doodstil dat aan het Boterdiep ligt tussen Zandeweer en Uithuizen. Die naam komt van de ophaalbrug van de familie Dood en zo’n brug noemen ze daar een til; vandaar de naam. Hoewel het bruggetje tussen Vierhuizen en Niekerk de Zuidemaklap heet, ben ik nooit het dorpje Doodklap tegengekomen.

Het loopt werkelijk de spuigaten uit

Het loopt de spuigaten uit met onze bejaarden. Nog niet zolang geleden sloegen hoogopgeleide nuttelozen alarm vanwege een tsunami van geheel of gedeeltelijk gebroken senioren; de ziekenhuizen stroomden vol.
Alleen door speciaal opgezette valcursussen voor alle kwetsbare oudjes kon een ramp afgewend worden en geheel toevallig konden diezelfde hoogopgeleiden die cursus aanbieden, geheel of gedeeltelijk vergoed door de zorgverzekeraar. Mooi toch.
Maar nu alle brekebenen hebben leren vallen lijkt het probleem nog lang niet opgelost want uit recent onderzoek blijkt dat onze bejaarden ook nog eens zuipen als tempeliers.
En daar gaan we weer, want alleen al dit jaar zijn er meer dan tweehonderdzestig dronken senioren met min of meer ernstige kwetsuren op de eerste hulp beland.
Daarom geef ik hier helemaal gratis en voor niets de cursus ‘Ouwe Klare’: ga na je tachtigste nooit meer met een stuk in je kraag de tango dansen met een dartele deerne en zorg altijd dat je stevig zit voor je de fles aanlegt.

Stof tot nadenken

Volgens de leer van de Rooms Katholieke Kerk waarvan de leider, de paus genaamd, in Rome zetelt – vandaar dus de toevoeging rooms maar dat weten we allen nietwaar – is het vandaag het feest van Allerzielen. Vandaag gedenken we daarom alle dierbare dooien met als motto: stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren. Vroeger was dat een vrije dag en sjouwde de hele familie naar het kerkhof met schoffel en spade, handveger en blik en verse bloemen zodat opoe er na een uurtje doorwerken weer een jaartje netjes bijlag en men geen praot achter zunne rug kreeg.
Nu moet iedereen gewoon werken en hoewel er best nog wel hier en daar in de voormalige Generaliteitslanden bovengenoemde rituelen opgevoerd zullen worden, is het nu het zwaar commerciële Halloween dat onze diepgewortelde behoefte aan onbegrijpelijk rituelen een handreiking doet. Want er bij zijn is belangrijker dan weten waar het over gaat. Daar moet ik aan denken als ik dat rijtje stilstaande automobielen — wat toch een deftig woord is voor zelfbewegers — zie staan en de poetsmasjien die op z’n dooie gemak de krullen van de trap krabt.