Nee hoor

Ik ben niet vertrokken naar een verwegbestemming, ook lig ik niet dood onder aan de trap, maar ik ben gewoon lui. Ik lig op de bank en kijk heel langzaam om me heen naar een tomaat bijvoorbeeld. Maak me niet druk over gek geworden idioten die naar de rechter stappen omdat het hoogbegaafde prachtkind niet mee kan doen aan de musical. Of over progressieve Amsterdamse intellectuelen en kunstenaars die anders graag luidkeels in de babbelmedia foeivingeren naar witte provinciale onderbuikers die iets tegen asielzoekers hebben, en nu te hoop lopen tegen het Holocaustmonument dat voor hun deur dreigt te verrijzen. Ik neem het voor kennis aan en schakel over naar den bels naar Michel en José voor de touretappe.
Dat verrekte gevoetbal is gelukkig even afgelopen.