Een nazomer vol zon en schijn

Ik had bij de apotheek — alweer? Ja alweer — een voorstel gedaan om mijn bezoeken aan de vierentwintig-op-zevenautomaat tot een minimum te beperken en tot mijn verbazing werd er onmiddellijk instemmend geknikt.
En werkt het, nee dus en zodoende liep ik vanmiddag weer eens vrolijk fluitend door het park naar huis en zag dat de lantarenpalen nog schever stonden en dat her en der verstrooid over het gras lieden zich koesterden in de misschien wel laatste zonnestralen — we zijn ook niet erg verwend natuurlijk de afgelopen zomer.
Net als de dakloze stoepdame gisteren die zich niet alleen voorzien had van een krant maar ook een volle pot thee. Dat vond ik vreemd, want waar bereidt een dakloze een verkwikkende drank of zou ze een complete inventaris meesjouwen in een winkelwagentje? Maar geen spoor daarvan, hoe ik ook speurend rondkeek.
En toen stond ze op, pakte haar boeltje bij elkaar en verdween in een riant hoekhuis met voor- en achtertuin. Nou moe.