Tis om te janken mevrouw den dokter

De elfde van de elfde, traditiegetrouw begint dan het gejeuk over Carnaval. Ben ik aan gewend, kan ik mee leven. Het bedelen door kinderen van rijke ouders, dat zo populair is in de Randstad is hier hier in de voormalige Generaliteitslanden, zeg maar de kolonies van de Zeven Provinciën niet echt een succes geworden. Ik heb er tenminste geen last van hoewel ik ze een aantal jaren geleden toen de hele bende inclusief beschermouders op de stoep stond, alleraardigst heb toegesproken maar uiteraard niks toegestopt.
Maar nou is het plotsklaps ook hier te lande in de mode om het einde van de eerst wereldoorlog te herdenken en tot overmaat van ramp hebben vier rare chinezen bedacht dat 1111 = 4 keer 1 en besloten om die dag voortaan de ‘Dag van de vrijgezel’ te noemen maar dan op z’n chinees.
Dus rook de misselijk makende middenstand omzet en had ik vanmorgen al diverse mailtjes met de oproep om vooral  al dat voordeel niet te missen op ‘Singles Day’.
En toen begon het te regenen.

Vrije uitloop eieren… nee dank u

Tot voor kort als ik zin had om een eitje te tikken kocht ik bij de heren Alber en Heijn een doosje rondeeleieren. Maar blijkbaar kreeg aldaar een of andere opperknuppel die het voor het zeggen heeft de zelfde associaties bij het woord rondeel als ik en met al dat getooter van nu leek het hem beter om er maar van af te zien — denk ik.
In ieder geval zijn mijn smakelijke bordeeleieren niet meer verkrijgbaar en vervangen door vrije uitloop eieren. Dus die kocht ik dan maar en meteen had je het gedonder in de glazen, of liever in de koelkast. Want één moment van onoplettendheid, even de deur van de koelkast te lang open en hup … de eieren gingen er vandoor. Tot in de voormalige stadskwekerij heb ik ze achterna gezeten.
Vrije uitloop eieren… nee dank u.

De dag die ik dacht dat zou komen… kwam

Vroeger, toen de alom betreurde en geprezen Wim Kok nog socialistisch voorman van de arbeidersklasse was en diezelfde verworpenen der aarde nog niet verkwanseld had aan de markt door de ideologische veren af te schudden en aandeelhouders te omarmen, toen had ik niks met het begrip sparen. Ik snapte het woord niet eens.
Maar ‘de tijden zullen veranderen’ zoals een recent winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur zong maar dan in het Engels en sinds ik een ouwe lul ben en eigenlijk niks meer nodig heb, wist ik niet beter te doen dan overbodig geld op een aparte bankrekening te zetten. En dat heet nou sparen zei Grote Zus en dat is bedoeld voor onvoorziene omstandigheden waarvan je weet dat ze zullen komen maar niet wanneer.
En verdomd, vanmorgen brak er weer een stuk plastic af ergens in het inwendige van mijn tafelmodel koelkast en het hele ding gaf met een zacht gereutel de geest.
Nou heb ik hem al jaren, in feite kan ik me niet eens meer herinneren hoe lang, maar minstens twintig jaar, dus gun ik hem graag de eeuwige vuilnisvelden.
Morgen komen er stoere mannen die een nieuwe koelkast de trap opsjouwen, installeren en de verpakking en mijn ouwe lijk meenemen. Ho gnak.

Moet ook gebeuren… af en toe

Stofzuigen, dweilen je ontkomt er niet aan. Zelfs ik niet en ik heb toch een afspraak met stof en vuil om mijn huisje stilletjes voorbij te gaan. Werkt niet.
Gelukkig hebben ze tegenwoordig, al een hele tijd eigenlijk, van die handige flappendweilen. Bespaart je een hoop gebuk en gewring zoals met een ouderwetse dweil om een schrobber, pfff.
Ik moet ineens denken aan een artikel in een van onze landelijke dagbladen over hoe goed de Denen de zorgkosten in bedwang houden. Let op, een speciaal daarvoor opgeleid bijdehante kutje leert een oude man van vierentachtig die al twee keer een nieuwe heup heeft gekregen hoe hij moet stofzuigen.
Dan kan hij geheel zelfstandig zijn flatje schoon houden en heeft hij geen bijdrage van de gemeente meer nodig, zodat de gemeente dat geld kan besteden aan speciaal opgeleide bijdehante kutjes. Ja, die Denen daar konden we een voorbeeld aan nemen.

Ik had dat ook met mijn rijkgevulde jas

Een jaar of acht negen geleden toen het plotseling stervens koud werd wilde ik een rijkgevulde winterjas bestellen en wat denk je… uitverkocht.
Rillend kwam ik de winter door met het vaste voornemen om zo gauw die rijkgevulde jas weer op voorraad was meteen toe te slaan.
En jawel, reeds in juli had ik de jas in huis en wachtte ongeduldig op de komende kouwe dagen; en jawel, die kwamen niet.
Tot diep in januari van het volgende jaar liep ik te zweten als een koekoeksklok in die rijkgevulde jas. Leed.
Het zelfde dreigt nu te gebeuren met mijn prachtige nieuwe wollen alpinopet: de zon schijnt in een strakblauwe hemel en het is onmogelijk om buiten een zwart wollen petje te dragen zonder dat de harses smelten. Leed.

Ze willen me gierend gek maken

Wie ze is? Nou de mensen achter WordPress, de software waar deze site opdraait. Die hebben weer iets nieuws bedacht, iets geweldigs uiteraard en daar geven ze alvast een voorproefje van. In een volgende update moet iedereen er aan geloven, maar mijn site is daar niet ‘ready’ voor en dan wordt alles een grote puinzooi.
Ik ben al dagen aan het wroeten in nieuwe thema’s die wel voldoen aan de eisen van deze tijd. Maar die zijn allemaal zo lelijk!
Vandaar deze foto van een weerkundige depressie — nondeju een paar tellen nadat ik deze foto gemaakt had kwam het met bakken uit de lucht — om aan te geven dat ik bijna in een geestelijke depressie zou kunnen belanden. Grote genade.
Ik duik toch maar liever weer eens diep in de code.

zesendertig komma zes graden

Dat was gisteren hier de hoogst gemeten temperatuur. Op het vliegmachineveld wel te verstaan maar daar is het open en hier niet, hier is veel steen dus kun je nagaan. Er was dan ook geen kip op straat te bekennen, normaal ook niet maar nu zelfs geen mens.
Over de afgelopen nacht kan ik kort zijn: af en toe moet ik buiten bewustzijn geraakt zijn want van het onweer en de regen kan ik me nauwelijks iets herinneren en uiteindelijk werd het ochtend. Gauw de boel open en door laten tochten en toen sloeg de verbijstering helemaal toe, want ondanks dat het volgens het KNMI buiten eenentwintig graden was, steeg de temperatuur hier binnen razendsnel tot boven de achtentwintig.
Dan maar weer dicht alles, het hoofd in wanhoop geheven en wachten op betere tijden.

Want het was voorzegd

Het was in die dagen van de voorzomer dat er een vlugschrift in mijn brievenbus werd bezorgd. Het was een blijde boodschap van twee kunstenaars Bianca en Marlies, die mij zwaar gesubsidieerd toeriepen: (be)grijp me. Ik begreep er geen zak van maar zag dat de blijde boodschap bezorgd zou worden als ik in de trein zat op weg naar het diepe zuiden en dus liet ik het aan m’n reet roesten. Maar heden ochtend, ik zat net aan de koffie en krant, ging de bel van de binnendeur en toen ik enigszins verstoord opende stond er een jonge vrouw, type uitgehongerd, me stralend aan te kijken. Haar mond was knalrood geverfd alsof het onschuldig bloed van een vorig slachtoffer er nog aankleefde. Ik verstond haar bijna niet maar allengs werd duidelijk dat dit Bianca of Marlies moest zijn met de beloofde blijde boodschap. Met veel moeite wist ik haar duidelijk te maken dat ik daar geen boodschap aan had en dat ik verder met rust gelaten wilde worden. Even later ging weer de bel en stond nummer twee me aan te stralen. ‘(Be)grijp me goed maar m’n koffie wordt koud en er is al iemand geweest’ riep ik wanhopigen en dat snapte ze.
Toen ik later boodschappen ging doen stonden er felgekleurde stofzuigerslangen in het trappenhuis en hingen overal opruiende teksten, maar Bianca en Marlies waren verdwenen en dat was maar maar goed ook want je zou je voor minder aan iemand (ver)grijpen.