Ze willen me gierend gek maken

Wie ze is? Nou de mensen achter WordPress, de software waar deze site opdraait. Die hebben weer iets nieuws bedacht, iets geweldigs uiteraard en daar geven ze alvast een voorproefje van. In een volgende update moet iedereen er aan geloven, maar mijn site is daar niet ‘ready’ voor en dan wordt alles een grote puinzooi.
Ik ben al dagen aan het wroeten in nieuwe thema’s die wel voldoen aan de eisen van deze tijd. Maar die zijn allemaal zo lelijk!
Vandaar deze foto van een weerkundige depressie — nondeju een paar tellen nadat ik deze foto gemaakt had kwam het met bakken uit de lucht — om aan te geven dat ik bijna in een geestelijke depressie zou kunnen belanden. Grote genade.
Ik duik toch maar liever weer eens diep in de code.

zesendertig komma zes graden

Dat was gisteren hier de hoogst gemeten temperatuur. Op het vliegmachineveld wel te verstaan maar daar is het open en hier niet, hier is veel steen dus kun je nagaan. Er was dan ook geen kip op straat te bekennen, normaal ook niet maar nu zelfs geen mens.
Over de afgelopen nacht kan ik kort zijn: af en toe moet ik buiten bewustzijn geraakt zijn want van het onweer en de regen kan ik me nauwelijks iets herinneren en uiteindelijk werd het ochtend. Gauw de boel open en door laten tochten en toen sloeg de verbijstering helemaal toe, want ondanks dat het volgens het KNMI buiten eenentwintig graden was, steeg de temperatuur hier binnen razendsnel tot boven de achtentwintig.
Dan maar weer dicht alles, het hoofd in wanhoop geheven en wachten op betere tijden.

Want het was voorzegd

Het was in die dagen van de voorzomer dat er een vlugschrift in mijn brievenbus werd bezorgd. Het was een blijde boodschap van twee kunstenaars Bianca en Marlies, die mij zwaar gesubsidieerd toeriepen: (be)grijp me. Ik begreep er geen zak van maar zag dat de blijde boodschap bezorgd zou worden als ik in de trein zat op weg naar het diepe zuiden en dus liet ik het aan m’n reet roesten. Maar heden ochtend, ik zat net aan de koffie en krant, ging de bel van de binnendeur en toen ik enigszins verstoord opende stond er een jonge vrouw, type uitgehongerd, me stralend aan te kijken. Haar mond was knalrood geverfd alsof het onschuldig bloed van een vorig slachtoffer er nog aankleefde. Ik verstond haar bijna niet maar allengs werd duidelijk dat dit Bianca of Marlies moest zijn met de beloofde blijde boodschap. Met veel moeite wist ik haar duidelijk te maken dat ik daar geen boodschap aan had en dat ik verder met rust gelaten wilde worden. Even later ging weer de bel en stond nummer twee me aan te stralen. ‘(Be)grijp me goed maar m’n koffie wordt koud en er is al iemand geweest’ riep ik wanhopigen en dat snapte ze.
Toen ik later boodschappen ging doen stonden er felgekleurde stofzuigerslangen in het trappenhuis en hingen overal opruiende teksten, maar Bianca en Marlies waren verdwenen en dat was maar maar goed ook want je zou je voor minder aan iemand (ver)grijpen.