De kruidenvrouwtjes slaan weer toe

Diëtistes onder aanvoering van Lobke Faasen hebben een nieuwe richtlijn voor een gezond en uiteraard healthy leven bedacht, in plaats van de ‘schijf van vijf’ van het Voedingsbureau komen zij met de plantaardige ‘ Schijf for Life’. Veel beter voor het milieu, de aarde, het klimaat en wij en bovendien in een verplicht soort hedendaagse mix van nederlands en engels. Blijkbaar moet je schijf voortaan uitspreken als ‘schaif’, wist ik niet.
Het grote probleem van een puur plantaardig dieet is, geven ze toe, het ontbreken van voor de mens noodzakelijke vitamines B12 en Vitamine D. Dat moet dan maar opgelost worden door suplementen. Wat dat zijn en waar die vandaan moeten komen vertellen ze niet.
Ik denk dan in mijn stomme onwetendheid dat als die vitamines onmisbaar zijn voor mij en de mensheid dat een duidelijke aanwijzing is dat we af en toe de tanden in een dood dier moeten zetten. Veel hebben we niet nodig, een vet visje per week bijvoorbeeld is ruim voldoende. En wat dacht u van de afgedankte rijdieren van die twaalf jarige paardenmeisjes, weggooien, voor de kat zijn kut, nee opvreten.
Zoek de foute spaties, onder de goede inzenders wordt een blik haring in tomatensaus… ach laat ook maar.

Puntvijftig

Ieder hondsgezeik, met de regelmaat van een baggermolen dus, parkeert een kwalijk individu zijn afstotelijke woonwagen pal voor mijn raam. Dat hij daarmee niet alleen mijn uitzicht maar ook mijn humeur grondig verpest hoeft geen betoog.
De snodaard woont in de Willem Klooslaan aan de verkeerde kant en dat is betaald parkeren, vandaar. Of dat die Kloos is van’ Denkend aan Holland zie ik André van Duin traag door Friese wateren…? Nee dat is niet van Kloos en ook niet van Theo Uden Marsman van de Ramblers maar van de dichter Hendrik Marsman.
Telkens als ik die strontbak zie wil ik met een puntvijftig vanaf mijn balkon het vuur openen. Een puntvijftig is een zware mitrailleur waar ik tijdens mijn diensttijd met veel genoegen in de Harskamp heb geschoten. Zoals alle jongelingen — niet de meiden dus — vanaf hun achttiende levensjaar gekeurd moesten worden en mits geschikt bevonden minimaal een jaar maar meestal veel langer het vaderland mochten dienen. Een ouderwets tussenjaar dus maar dan anders.
Dat deden ze ondermeerdoor over de hei of door de stuifzanden te rennen met zware bepakking en een gevaarlijk schietwapen. Na afloop mocht je alles piekfijn schoonmaken en ter inspectie aanbieden. Als dan zo’n meerdere nog een korreltje zand in de loop van het geweer zag brulde hij opgetogen: ‘Het lijkt de Sahara wel, ik zie de kamelen lopen’! Ja dat was lachen.
Eens in de veertien dagen mocht je het weekend naar huis, als je tenminste de inspectie overleefde, want een knoopje van een kontzak dat ontbrak was voldoende: ‘Je bent naakt man, ga daar in het weekend maar iets aan doen en drie maal daags melden bij de wachtcommandant’. Mooie tijden.

Maar hoe kom ik aan een puntvijftig net affuit en munitie?

Nou moe

Niks wiel, niks ooievaars of -moers, een grote vierkante grijze duiselijke kunststof bak stond er op mijn paal toen ik de gordijnen opende. Ik doe ze maar niet meer dicht.
Uilen, torenvalkje, slechtvalk? Lijkt me sterk zo midden in den herd en toen ik er later omheen liep bleek het ding aan alle kanten dicht.
Brief van de huurbaas opgevist uit de oudpapierdoos en het blijkt bestemd voor gierzwaluwen. Ook nooit gezien hier. Het wachten is nog op de huismuskasten. Spannend.

Sta ik ineens voor paal

Ik word wakker door geluiden die ik niet thuis kan brengen, draai me nog een keer om en sta een uur later toch maar op want ik heb zin in koffie en moet pissen. Als ik even later met een dampende mok in mijn hand de gordijnen openschuif wacht me een verrassing: ik sta voor paal. Een flinke paal staat plotseling midden op het grasveld, het met een dikke lag sneeuw bedekte grasveld, paal te zijn.
Dan schiet me te binnen dat naar aanleiding van een deskundig onderzoek naar de stand van het gevogelte —inclusief vleermuizen — is besloten om overal nestgelegenheid aan te brengen voor oa mussen die ik hier in de afgelopen twintig jaar nog nooit gezien heb, maar ik ben dan ook geen doorgeleerde deskundige.

Ja, ik leef nog maar op een zacht pitje, een soort winterslaap. Er gebeurt hier nagenoeg niks dat de moeite van het vermelden waard is of het zou moeten zijn dat ik erg gelukkig ben met de lock down (alles wat met het virus te maken heeft moet bijkbaar in het Engels naar ons toe gecommuniceerd worden) getest en negatief bevonden, m’n eerste ouwe-lullen-prik erin gejast is en vergeten ben om te kijken of ik bijwerkingen had en voor de rest intens tevreden de wereld aanschouwd heb. Vandaar.

Toch benieuwd wat er boven op die paal komt, een wiel voor een ooievaarsnest? Lijkt me leuk.

Een drokte van belang

Nee dat is geen tikfout, maar dat zei Malle Pietje altijd. Alles koste in zijn winkeltje altijd op de kop af een golden en niet een gulden. Malle Pietje, de beste vriend van Swiebertje, heette in het echt ook Piet, Piet Ekel en hij rookte sigaren. Let wel, in een kinderprogramma op de televisie en niemand die er iets van zei want al die kersverse Dolle Mina’s rookten zelf ook als schoorstenen: Drum of Samson, een enkele zware van Van Nelle. Daarom waren die tuinbroeken zo populair want die shag en een aansteker pasten prima in die klepzak van die overall.
Dat hele programma was een aanfluiting van de gevestigde orde, ga maar na: het gezag in de figuur van Bromsnor werd constant voor schut gezet door die Swiebertje en de burgermeester als hoofd van de politie lachte erom. Het moest wel verkeerd gaan en dat is ook gebeurd. Nu de lijken opgestapeld liggen in de straten lachen de burgermeesters niet meer; echt niet..

Wat er met het tundeltje gebeurd is vertel ik een andere keer.

Verrek, kijk nou eens

Een bloemetje aan een mini-mini komkommertje! Dat is snel want de hele plant staat, na binnen te zijn opgekweekt nog geen week buiten. En tegen de voorschriften in heb ik hem of haar maar één dag laten wennen. Tis een klimkommer Iznik genaamd, waar kleine vruchten aankomen; precies goed dus.
De peultjes smaakten goddelijk en ik hoop op een overvloedige oogst. De paksoi smaakte nergens naar en begon al door te schieten. Ook de bieten doen het slecht maar het is nog vroeg. Dus de vingers gekruist.

Verheugt u nondeju met mij

Ik was de wanhoop nabij. En wel hierom: sinds de kroontjeskrisis zijn alle ontbijtcafees, smikkelhoeken en lunchlokatsies gesloten en dreigt een groot deel van de mensheid te verhongeren. Bovendien verveelden ze zicht te pletter en herinnerden zich nog net op tijd — fors geholpen door de suïcidale media — dat ze ook nog bejaarde ouders, opaas en omaas hadden waar ze eerder met geen stok naar toe te slaan waren. Dus gingen ze videobellen, lieve teksten op de stoep kalken en hoorden van die bejaarden dat je zèlf ook koekjes en zoete broodjes kunt bakken en dat dat leuk is. Gevolg: overal maar dan ook overal waren eieren, bloem en gist uitverkocht! En pleepapier maar het verband ontgaat me.

Daar zat ik als thuisbakker. Ik had nog meel voor drie broden en twee zakjes gist en de molen was gesloten vanwege dat hoerige virus, hetgeen ik kan billijken. Ten einde raad keek ik toch maar weer eens op de site van de molen en toen bleek dat de sluiting nog alleen voor de zondag gold.
Met een bonzend hart vol ongeloof liep ik naar de molen en verdomd al van verre zag ik het waterrad draaien. De deur was dicht maar het bovenste deel was een loket geworden met plexiglas spatscherm en daar stond de molenaarsvrouw breed lachend de klanten te helpen en ik was meteen aan de beurt en kocht wat ik nodige had — nee niet meer, zo ben ik niet — en rekende contactloos af met de banken-app op mijn aaiFoon en keerde luid zingend zonder dat iemand het hoorde terug naar huis.

Slaai & Co

Zo, het begint ergens op te lijken. De mini’s staan strak in het gelid en zojuist heb ik gezaaid wat gezaaid kan worden: paksoi, pluksla, radijs en worteltjes.
De wintersla die er al stond heeft er ook duidelijk zin in gekregen en heeft al menig blaadje geofferd op het altaar van mijn onverzadigbare vreetlust.
Volgende week weer nachtvorst maar hier op mijn beschutte balkon heb ik daar geen last van. Halleluja.

Ik snap er weer geen reet van

Sinds er naar en niet meer met mensen gecommuniceerd wordt ben ik het spoor volledig bijster. Neem dit bord, voor wie is deze boodschap bedoeld en vooral… wat staat er? Het hangt aan de paal met verkeerslichten voor fietsers dus je zou denken dat die zich aangesproken moeten voelen, maar waar is de laatste oversteek? Logischerwijze is dat de ventweg aan gene zijde maar daar staat helemaal geen verkeerslicht.
Is het bord bestemd voor automobilisten dan geldt hetzelfde als voor de fietsers, er staat nada niks. Moeten voetgangers zich aangesproken voelen, waarom hangt dat bord dan niet aan de paal met voetgangerslicht?
En wat is er zo bijzonder aan dat rood licht bij de laatste oversteek dat een ieder er speciaal op moet letten? Wordt daar een eigentijds blijspel opgevoerd, hangt er hedendaagse moderne conceptuele schuurkunst die je op het verkeerde been zet, of bedoelen de makers van het bord soms het rode licht waar je normaal gesproken als verkeersdeelnemer voor moet stoppen… grote genade kommunikaasie weet je wel.

Brood

Herman Brood had in een grijs verleden een carnavalshit met het schone lied ‘Maak van uw scheet een donderslag’ — nee niet ‘Kom van het dak af’, dat was later en bovendien van Peer Koelewijn en die zong het eerder.
Natuurlijk heb ik die titel onthouden en nog dagelijks citeer ik de kreet met veel genoegen.
Overigens wil ik op deze plaats even opmerken dat Herman Brood geen zoon is van Marco Bakker. Nee, wat ze ook beweren, dat is niet waar.

Deze onweersbui ging helaas mijn huisje stilletjes voorbij en dat is jammer want ik ben dol op onweer en niet alleen vanwege Herman Brood maar om de oerkracht die er vanuit gaat. Een flink noodweer met veel donder en bliksem regen en rukwinden kan gemakkelijk een popfestival met bijbehorend tentenkamp binnen luttele minuten wegvagen. Prachtig toch.

Vroeger had je geen popfestivals maar wel onweer en ons moeder was daar doodsbang voor. Toen we allemaal nog klein waren en er brak een onweer los dan moesten we in optocht achter ons moeder aan die met wijwater en een palmtakje bezwerend door het hele huis ging en bij iedere bliksemflits angstig riep ‘Moeder Gods Maria’.
Ik vond dat dolkomisch maar liet dat uiteraard niet merken maar nog steeds mag ik graag te pas en vooral te onpas ons moeder citeren.

Wilt u daar mee stoppen… ja

Want roken is de moeder van alle ellende, dat is nog eens door 150 artsen met klem bevestigd. Je gaat er dood aan, maar nog erger je krijgt er kanker van, longontsteking, je gaat er van hoesten en erectiestoornissen zijn het gevolg; om maar iets te noemen.
Daarom moet het rookverbod, dat al zo’n beetje overal geldt uitgebreid worden tot de openbare weg zodat onschuldige argeloze niet-rokers uitsluitend aan uitlaatgassen worden blootgesteld en niet, ik zeg niet aan schadelijke tabaksrook.
En wel onmiddellijk.

Volle maan

Gisteren was het volle maan en dus is het morgen Pasen. Hè? Ik leg het uit. Kerstmis valt altijd op 25 december omdat op die dag manneke Jezus is geboren in een bakske vol met stro — volgens Urbanus. Dus dat is makkelijk.
Maar Pasen hebben de Christenen gejat van de Heidenen en het is eigenlijk een zonnewende en die ouwe oermensen keken naar de maan en als die vol was op het einde van de winter dan was het feest en goed ook: niet alleen zingen maar ook vreten en zuipen en dijenkletsen. Reken maar.
En volgens die Christenen valt voortaan Pasen op de eerste zondag na volle maan in de lente behalve… als dat een zondag is dan is Pasen een week later en is het gewoon Palmzondag. Duidelijk toch.
Guus uit het nabije buitenland is op zo’n dag geboren, onder de Hoogmis en met de helm. Dat komt eens in de 96 jaar voor en nog zo een was heel lang geleden Zwarte Kaat, de roverhoofdvrouw uit het Hellenend die toentertijd met haar bende deKempen en wijde omgeving terroriseerde en de schout van Ten Vorsel het vuur danig aan de schenen heeft gelegd. Wat nou hedendaags feminisme, nee vruuger!

Feest! Maar sommigen overdrijven

Onbewolkt en een uitbundige zon die al best warm is, ja dan wil het groensel zich wel tooien met fraaie bloemen.
Ondanks de schrale wind die de rijkelijk aanwezige bejaarden na korte tijd al weer huiverend en vooral mopperend van het bankje in de hoeven joeg.
Maar het meest idioot is natuurlijk wel die bloeiende pinksterbloem… alsof Pinsteren ooit op 1 april zal vallen!