De hippieboer boert best

Een nieuwe stal in aanbouw en geen kleintje ook. Een open stal voor de koei denk ik en nee ik ben het niet gaan vragen. Op zaterdag met mooi weer zeker. Een vlugge foto van een veilige afstand durfde ik nog net.
Ookéeee, Jan-Diederik en z’n moeder kom je op zaterdag niet tegen, maar wel Jan-Diederik en z’n vader…en die moet zich dan ook een keer uitsloven.
Afijn, ik ben weer veilig thuis.

Wenskijken en wifi

Door dat voortdurende grijze weer ga ik rare kleuren zien en dat komt omdat de wens de moeder van de porseleinkast is en de vader van het verdronken kalf. Of zoiets.
Maar nu even iets totaal anders. Een paar dagen geleden kreeg ik een mailtje van mijn internet/televisie aanbieder, wiens naam ik niet zal noemen omdat het Ziggo is, vol goede raadtips om de wifi te verbeteren. Maar dat dat had ik lang geleden allemaal al gedaan en toch had ik een downloadsnelheid van amper 20 terwijl ik voor 200 betaalde.
Dat mailde ik dus terug en prompt kreeg ik het aanbod om een monteur langs te sturen en na een paar keer slikken van diepe ontroering zei ik ‘ja’. Dus gisteren kwam de mantjor zoals de Russen hem noemen en na een uurtje knutselen — nieuw aansluitkastje, dito kabel — en instellingen wijzigen zat ik plotseling op ruim 140. Dolle pret.

Tussen de buien door is het nat

Maar er is nog steeds niet genoeg gevallen om de droogte van de afgelopen zomer te compenseren.
Even zo vrolijk word ik er niet… inderdaad. Vooral dat grijze en donkere weer maakt mijn verlangen naar een heldere warme zomer alleen maar groter.
Daardoor smeed ik weer woeste plannen om mijn balkon voor eens en voor altijd om te toveren in een waarachtige lusthof vol smakelijke planten. Gebraden duiven hoeven er niet rond te vliegen maar eindelijk een overvloedige bonenoogst is wel het minste.
Ik heb goede hoop want het afgelopen jaar heb ik al rijke oogsten gehad van onder andere pepers — loeiheet lekker — en weelderige kruiden zoals salie — onmisbaar in bonenschotels — en peterselie waar ik nu nog van oogst.
En m’n lavendel heeft gebloeid alsof ie niks anders te doen had en volop bijtjes gelokt die dan plichtsgetrouw ook de eetbare planten een beurt gaven.
Ik heb er weer echt zin in.

Het was stil in Gennep

Behalve even in de lucht, maar dat was ook zo voorbij en toen keerde de rust weer terug. Ik wist natuurlijk dat zo ongeveer alle brave mensen weer aan het werk waren maar verwachte daarom juist een grote menigte wanhopige oppasopa’s en -oma’s met kleinkinderen en ‘Ach neem die van mijn vriendin er ook maar bij voor zolang; jullie zijn schatten’. Maar neen niet één, zouden de oudjes eindelijk verstand gekregen hebben en massaal in opstand gekomen zijn?
Op een enkele vertrouwde hondelaar en welgeteld een haastige holler na was het leeg, gewoon leeg helemaal alleen voor mij. Poeh hé.

Het ergste hebben we gehad

Kerstfeest of liever wat de commercie er van gemaakt heeft zit er bijna op. Alleen het vuurwerk nog en dan, als de scholen weer beginnen en de productieven netjes opgeborgen zijn, dan is de wereld — voor mij is dat Gennep — weer normaal en zijn de dagen ook alweer merkbaar langer. Steeds vaker breekt nu al de zon door en zijn er op z’n minst lichte plekken blauw te zien. Houdt vol!

Hoengáah

Hoengáah betekende in de oude taal van toen: ‘Wat zei ik, het is vandaag de kortste dag, zie je nou wel.’ Het was een taal met weinig woorden maar met veel betekenissen en iedereen snapte wat de ander bedoelde. Hoengáah kon bijvoorbeeld ook slaan op: ‘Kijk daar eens wat een vette mammoet, die zal smaken’ maar het zelfde woord werd ook gebruikt voor: ‘Dag buurvrouw’.
Tegenwoordig zijn we niet meer zo primitief en worden door bijvoorbeeld bestuurders, beleidsmakers en deskundigen heel veel woorden gebruikt en niemand snapt er meer iets van. Vooruitgang.
Afijn, vanaf vandaag worden de dagen weer langer, steeds ietsje meer.

De boeken kunnen weer dicht

Het probleem is opgelost, of eigenlijk was het geen probleem maar iets dat ik ergens tegenkwam en nog niet onder de knie had. Ik bedoel dus een object, een vlak of dondert niet wat kunnen vullen met een patroon. En dat patroon ook zelf eerst maken en dan als een ‘stijl’ opslaan.
Dat kan ik nu allemaal en dus heb ik me even uitgeleefd in bijgaand plaatje en nee… niet op het alpinopetje hoewel dat ook zou kunnen, want er zijn grenzen. In Frankrijk moet je in zo’n geval niet grenzen maar limieten zeggen, daar kunnen ze niet om lachen als je het expres fout doet.
Net als toen Hans in een franse kroeg waar we per ongeluk verzeild waren geraakt, vertelde dat als hij een slagerij zag met het opschrift ‘Boucherie’ hij dat heel onvriendelijk vond: ‘boe chérie’. IJzig stilzwijgen.
Dat een ‘souvenir’ volgens hem een ‘onderkomen’ was heeft ie toen maar niet verteld. Het zijn niet zulke lachebekjes die Fransen, dat Oranje met 2-0 gewonnen heeft vinden ze vast en zeker ook geen humor.

Tegenlicht

Natuurlijk heb ik niks tegen licht, maar het moet niet zo zijn dat ons moeder zou zeggen: ‘Eet dat kind wel goed.’ En als ik in deze gepolariseerde tijd moet kiezen tussen ‘knotje met’ en knotje zonder’ dan toch liever mèt.
Ikzelf kom op deze foto, die in het kader van ‘de beste camera is de camera die je bij je hebt’ met de aaiFoon is gemaakt, net terug van de Turkse buurtsuper waar ik  behalve kruiden een emmertje romige yoghurt heb gescoord. Hemels.
Dit is trouwens een van de weinige onbewaakte oversteekplaatsen — waar nu die bus rijdt tjoeke tjoekte vroeger de stoomtrein uit Hasselt — en  hier gebeurt dus nooit iets, iedereen kijkt goed uit.
Elders moet je op het groene licht vertrouwen maar daar liggen die bijdehante doorgeleerde deskundigen in hun bmw’s op de loer want een geschepte bejaarde mèt rollator levert al gauw 150 punten op en een scootmobiel minimaal 300.
Ja, zo gaat dat, ook op mooie zonnige dagen.

Driewerf hoera

Het was mei en ik dacht: mooi die applausrozen maar wat er achterstond daar lette ik eigenlijk niet op. Natuurlijk zag ik dat het rogge was, maar al eerder bleek dat die niet voor de menselijke consumptie bestemd was maar voor de koei. Hetgeen mij erg verbaasde want van een hippieboer verwacht je dat niet. Ik niet tenminste.
Maar zoals deze week bleek, was het dit jaar anders dankzij de nieuwe molenaars. Dus bakte ik van het meel een brood en het smaakte mij wonderwel. De molenaar zei al dat het meel donkerder van kleur was dan anders en mij leek het ook wat grover gemalen.
Kan allemaal best verbeelding zijn geweest maar dan graag een luid en driewerf hoera voor deze verbeelding. Zo lust ik er nog wel een paar.

Ik kwam helemaal opgewonden thuis

M’n roggemeel is op en zo ook het brood dat ik met het laatste restje gebakken heb. Hop naar de molen dus, ja is het maar zo eenvoudig want ik heb een steeds grotere hekel om me onder de mensheid te begeven en het is allemaal zo’n gedoe.
Ik schop mezelf onder de kont en in mijn broek en schoenen, jas aan, portemonnaie, rugzakje en natuurlijk mijn zwarte wollen alpinopetje op. Best lekker weer eigenlijk, het is rustig en alleen bij de roestige plaat ijzer die Vincent van Gogh moet voorstellen zit een ouwe gek te vissen. 
In de molen zelf is behalve de molenaarsvrouw maar één damesmevrouw aanwezig die er niet al te gevaarlijk uitziet. Maar ze moet lachen om mijn grapjes en da’s natuurlijk erg verdacht want dat doet niemand, dus ik blijf op mijn hoede.
Er is roggemeel en ook nog in vijfkilozakken en bovendien is de rogge afkomstig van de Genneper Hoeve vertelt de molenaarsvrouw. Mijn mond valt open van verbazing en zeg: ‘Deze keer niet aan de beesten gevoederd?’ ‘Nee, want nu malen wij hier op de molen’ zegt ze heel trots.
Ondertussen is de molenaar ook binnengekomen en als ik vraag naar grof gemalen rogge spreken we af dat volgende week als hij niet op de grote stenen maalt hij graag met mij een kilo of zo wil malen en dan moet ik maar zeggen hoe grof ik het hebben wil. Zo doet hij het ook met Marokkanen als die om grove tarwe komen.
Kijk dat is nou daadwerkelijk iets aan en voor het milieu doen: rogge uit mijn achtertuin, gemalen in de watermolen om de hoek.
Helemaal opgewonden kom ik thuis, dat snapt u. 

Toch nog wat kleur

Zie die peppels toch eens proberen om er nog wat van te maken. Want zo als gevreesd is het huilen met de alpinopet op wat betreft de herfstkleuren.
Over pet gesproken, ik kon m’n petje best gebruiken toen ik op weg ging naar de grootgrutter om mijn nieuwe koelkast — het hele interieur knapt er van op — te gaan vullen met het broodnodige. En mijn stevig-gevulde-jas had ik ook aan want het leek wel winter en wat kleurde die mooi bij mijn alpino. De hele wijk fleurde er van op.