Tegenlicht

Natuurlijk heb ik niks tegen licht, maar het moet niet zo zijn dat ons moeder zou zeggen: ‘Eet dat kind wel goed.’ En als ik in deze gepolariseerde tijd moet kiezen tussen ‘knotje met’ en knotje zonder’ dan toch liever mèt.
Ikzelf kom op deze foto, die in het kader van ‘de beste camera is de camera die je bij je hebt’ met de aaiFoon is gemaakt, net terug van de Turkse buurtsuper waar ik  behalve kruiden een emmertje romige yoghurt heb gescoord. Hemels.
Dit is trouwens een van de weinige onbewaakte oversteekplaatsen — waar nu die bus rijdt tjoeke tjoekte vroeger de stoomtrein uit Hasselt — en  hier gebeurt dus nooit iets, iedereen kijkt goed uit.
Elders moet je op het groene licht vertrouwen maar daar liggen die bijdehante doorgeleerde deskundigen in hun bmw’s op de loer want een geschepte bejaarde mèt rollator levert al gauw 150 punten op en een scootmobiel minimaal 300.
Ja, zo gaat dat, ook op mooie zonnige dagen.

Driewerf hoera

Het was mei en ik dacht: mooi die applausrozen maar wat er achterstond daar lette ik eigenlijk niet op. Natuurlijk zag ik dat het rogge was, maar al eerder bleek dat die niet voor de menselijke consumptie bestemd was maar voor de koei. Hetgeen mij erg verbaasde want van een hippieboer verwacht je dat niet. Ik niet tenminste.
Maar zoals deze week bleek, was het dit jaar anders dankzij de nieuwe molenaars. Dus bakte ik van het meel een brood en het smaakte mij wonderwel. De molenaar zei al dat het meel donkerder van kleur was dan anders en mij leek het ook wat grover gemalen.
Kan allemaal best verbeelding zijn geweest maar dan graag een luid en driewerf hoera voor deze verbeelding. Zo lust ik er nog wel een paar.

Ik kwam helemaal opgewonden thuis

M’n roggemeel is op en zo ook het brood dat ik met het laatste restje gebakken heb. Hop naar de molen dus, ja is het maar zo eenvoudig want ik heb een steeds grotere hekel om me onder de mensheid te begeven en het is allemaal zo’n gedoe.
Ik schop mezelf onder de kont en in mijn broek en schoenen, jas aan, portemonnaie, rugzakje en natuurlijk mijn zwarte wollen alpinopetje op. Best lekker weer eigenlijk, het is rustig en alleen bij de roestige plaat ijzer die Vincent van Gogh moet voorstellen zit een ouwe gek te vissen. 
In de molen zelf is behalve de molenaarsvrouw maar één damesmevrouw aanwezig die er niet al te gevaarlijk uitziet. Maar ze moet lachen om mijn grapjes en da’s natuurlijk erg verdacht want dat doet niemand, dus ik blijf op mijn hoede.
Er is roggemeel en ook nog in vijfkilozakken en bovendien is de rogge afkomstig van de Genneper Hoeve vertelt de molenaarsvrouw. Mijn mond valt open van verbazing en zeg: ‘Deze keer niet aan de beesten gevoederd?’ ‘Nee, want nu malen wij hier op de molen’ zegt ze heel trots.
Ondertussen is de molenaar ook binnengekomen en als ik vraag naar grof gemalen rogge spreken we af dat volgende week als hij niet op de grote stenen maalt hij graag met mij een kilo of zo wil malen en dan moet ik maar zeggen hoe grof ik het hebben wil. Zo doet hij het ook met Marokkanen als die om grove tarwe komen.
Kijk dat is nou daadwerkelijk iets aan en voor het milieu doen: rogge uit mijn achtertuin, gemalen in de watermolen om de hoek.
Helemaal opgewonden kom ik thuis, dat snapt u. 

Toch nog wat kleur

Zie die peppels toch eens proberen om er nog wat van te maken. Want zo als gevreesd is het huilen met de alpinopet op wat betreft de herfstkleuren.
Over pet gesproken, ik kon m’n petje best gebruiken toen ik op weg ging naar de grootgrutter om mijn nieuwe koelkast — het hele interieur knapt er van op — te gaan vullen met het broodnodige. En mijn stevig-gevulde-jas had ik ook aan want het leek wel winter en wat kleurde die mooi bij mijn alpino. De hele wijk fleurde er van op.

Hè hè eindelijk petweer

Nee, geen pet weer, maar weer voor een pet. Mijn niet meer zo nieuwe zwarte wollen alpinopet, waar ik al eindeloos over heb lopen emmeren.
En nu de temperaturen weer de normale waarden hebben voor de tijd van het jaar kan ik die frank en vrij het hoofd bieden middels mijn zwarte wollen alpinopet.
Bofkont!

Nachtbrakers

Ik ben vroeg wakker met een dikhoofd vol onrustige gedachten en binnenschietende nog-te-doens. Dan maar op en met een beker koffie voor het raam in de nacht staren waar ineens de hel losbarst. Panieklichten en bouwlampen van grommende graafmachines en het lawaaierige gesmijt met straatklinkers.
Na drie slokken koffie weet ik op de tast de camera te vinden en maak zo goed en zo kwaad als het gaat een vidiootje. Een kwartier later als de jongens zeker weten dat iedereen wakker is wordt het stil want ze gaan schaften.
Humor voor gevorderden.

Het gaat maar door

De zomer weet van geen wijken in ons kouwe kikkerlandje. Terwijl in de landen om ons heen de auto’s vrolijk door de straten dobberen en oude vrouwtjes op de rug van stoere brandweermannen in veiligheid gebracht worden, schijnt bij ons volop de zon zoals hier achter het stille klooster dat allang geen klooster meer is.
Sterker nog, het is nog steeds blote-voeten-open-deurweer.

Echt wat je noemt heerlijk hooiweer

Misschien wel met ruim zevenentwintig graden wat te warm. Maar voor de zonsnakkers onder ons een uitgelezen buitenkansje. Wel ligt er op de stoep een steeds dikker wordend laagje gele blaadjes van de Robinia want die blijven vallen en glinsteren in het zonlicht als stofgoud.

Het spel is op de wagen

De zeer uitgebreide familie esdoorn heeft er duidelijk zin in en staat al te vlammen in het zonnetje en als de nachten even flink koud willen worden volgt de rest vanzelf.
Wie weet wordt het een prachtig najaar vol schitterende kleuren. Ho gnak.

Iets heel anders waar ik ook erg vrolijk van werd was een bericht dat er in verband met een NAVO oefening 50.000 Engelse militairen waren geland in Rotterdam waaronder de beroemde ‘black rats’. Dan moet je toch wel erg relaxed zijn om je elitetroepen de zwarte ratten te noemen. Dat zie ik een ander leger nog niet doen, bijvoorbeeld de Franse ‘blauwe kakkerlakken’ of de Turkse ‘grijze varkens’. Ho giechel.

Hij komt hij komt…
en het is er echt weer voor

Jazeker, op alle media gaat het over de goedheiligman en vooral zijn knecht, die zoals wij allen weten eigenlijk een slaaf is. Ik bedoel natuurlijk een tot slaaf gemaakte net als de bakkersknecht en het hulpje van de slager.
Maar de knecht van Sinterklaas is zwart en die van de bakker en slager zijn wit en witte slaven bestaan gewoonweg niet en dus moet zwarte Piet ook wit. Duidelijk.
Het committee dat de intocht van Sinterklaas regelt had dit jaar nou eens niet voor een verweg wingewest gekozen want daar wonen alleen maar pro-piet-proleten die de engelstalige borden van de anti-piet-partij niet kunnen lezen zoals in Meppel of in staat zijn om weer een bisschop en zijn gevolg een kopje kleiner te maken denk aan Dokkum, maar voor het hart van de beschaving, nou ja bijna, Zaanstad.
En dus dachten ze met alleen roetveegpieten te kunnen volstaan tot een van de organiserende klaasverenigingen het genoeg vond: ‘We gaan tot en met bruin en niet verder!’ Oproer in eigen gelederen.
Afijn, u hebt het allemaal kunnen lezen in de landelijke kwaliteitskranten of kunnen horen en zien aan de publieke babbeltafels. En daarom stel ik voor dat volgend jaar Hans Teeuwen verkleed als Sinterklaas vergezeld door de leden van Jiskefet uitgedost als Barbies aan nepparachutes worden neergelaten in de zwaarbewaakte studio van het Sinterklaasjournaal. Dixi.

Winterklaar

Omdat het vidiootje dat hier oorspronkelijk stond eindeloos stond te strandballen voordat het ten lange leste… hè hè puf puf… eens in beweging wilde komen, nu een gifje met de zelfde boodschap. Maar wel veel vlugger ook nog.

Het is gelukt het is gelukt… snurk

Natuurlijk ben ik nog niet helemaal tevreden maar voor de tijd zijnde zoals de Engelsen zo mooi kunnen zeggen maar dan op z’n Engels natuurlijk, is het goed zo.
En het ging nog veel vlugger ook dan ik gedacht had en de fotootjes en vidiootjes en en… snurk.