Het is gelukt het is gelukt… snurk

Natuurlijk ben ik nog niet helemaal tevreden maar voor de tijd zijnde zoals de Engelsen zo mooi kunnen zeggen maar dan op z’n Engels natuurlijk, is het goed zo.
En het ging nog veel vlugger ook dan ik gedacht had en de fotootjes en vidiootjes en en… snurk.

Ronduit lekker dagelijks brood

Dat moet nog blijken? Nee hoor, want alleen de vorm is anders. Het recept, vijftig rogge vijftig tarwe en niet te hoog gebakken zodat het langer smakelijk blijft, is hetzelfde als altijd. Maar ik zag op de Duitse Fernsehen een oud vrouwtje diezelfde inkepingen maken en dacht dat wil ik ook. Vandaar.
Dat vrouwtje had trouwens een hout gestookte stenen oven en haar rogge werd gemalen door een naastgelegen kleine watermolen en ze had varkens en kippen en eenden los rondlopen op haar landgoedje omringt door hoog geboomte en ik zat ademloos te kijken want ik zag het paradijs, anno nu.

Van onbespoten gedrag

Jazeker want deze eerste pepers zijn met niets anders dan zacht water, veel liefde en op tijd een lekker schepje compost aan de natuur ontworsteld. Of liever gezegd door haar met gulle hand geschonken want het is een best peperjaar en de drie planten hangen vol.
Vrijdagavond hoorde ik van Monty Don dat je de pepers die al rood zijn moet plukken want dat stimuleert de plant en dan blijft ie nog veel langer goedgeefs.
Het nieuwe mes mag natuurlijk ook op de foto want daar worden de pepers uiteindelijk mee geslacht, toch.

Mijn eerste en eeuwige liefde

Messen! Als kleuter die maar net kon lezen en dat vol overgave deed, was ik altijd voorbereid en uitgerust om op een onbewoond eiland aan te spoelen. En ook al beweerde mijn moeder dat die kans erg klein was, ik geloofde haar niet want in mijn boeken gebeurde dat met de regelmaat van een baggermolen. En ik wist hoe regelmatig dat was want er lag toen net een baggermolen in het kanaal, praktisch voor onze deur.
Maar ik dwaal weer af. Ik had dus altijd een rolletje koperdraad in m’n broekzak — om konijnen te strikken— een doosje lucifers en natuurlijk een zakmes.
Dat mes kreeg ik altijd met mijn verjaardag van een tante omdat ze mijn naam Marten Paul zo mooi vond en dat was een echt mes, een zogenaamde kniep, want ik had haar nauwkeurig geinstrueerd.
Een echt scherp mes dus en daar werd toen niet moeilijk over gedaan, een kind moest nog veel leren en dat ging het beste door schade en schande.
Afijn, ik heb al mijn vingers nog en mijn onvoorwaardelijke liefde voor messen is altijd gebleven en het mes op de foto is m’n nieuwste aanwinst, een koksmes van de firma Böker uit Solingen met een lemmet van damaststaal en een heft van olijfhout.
Ik ben weer helemaal verliefd.

Nieuwe winterschoenen

Tijdens een hittegolf, die hier op het vliegmachineveld en dus ook bij mij in het zwervershol al zevenentwintig dagen duurt met temperaturen die oplopen tot boven de zesendertig graden, bestel ik halfhoge winterschoenen met een waterdichte gore-texlaag. Zonnesteek dus? In het geheel niet want juist nu zijn die schoenen in de aanbieding en ook nog eens in een mensvriendelijke kleurstelling. Dit in tegenstelling tot het model tweeduizendnegentien dat alweer door een geblinddoekte kleurenblinde idioot ontworpen is. Bovendien kon ik ze nu als ‘bloody foreigner from the continent’ voor het eerst online bestellen en dus sloeg ik afgelopen vrijdag bliksemsnel toe met mijn kredietkaart en vanmiddag om halftwee stond de elektrisch aangedreven bakfietskoerier met verhitte konen aan de deur en waren we allebei gelukkig.

Hé daar is ie weer

Ineens zag ik, op weg naar de grootgrutter, weer een echt xoxo-kunststukje. En weer met een beschilderde grammofoonplaat erbij net als begin dit jaar zoals u hier kunt zien.
Overigens is daar alles al weer lang verdwenen en hopelijk door liefhebbers meegenomen en niet gewoon opgeruimd door nette mensen.
Afijn, ik vind het wel verfrissend wat die meneer, mevrouw of een van de inmiddels overbekende afkortingen xoxo her en der ophangt. Zeker met dit warme weer.

Mijn allereerste keer

Vroeger als ons moeder de vitragegordijnen aan het wassen was en dat gebeurde ‘op’ de hand dan moest ik altijd komen kijken hoe bruin dat spoelwater wel niet was van het roken dat we deden. Ik knikte dan braaf en trok de enige juiste conclusie: nooit geen vitragegordijnen. En dat heb ik zo gelaten de rest van m’n leven ook toen ik allang gestopt was met het verbranden van zware shag van de weduwe van Nelle en met groot welbehagen inhaleren van de rook. Maar twee dagen geleden houd ik het niet meer, al vroeg in de middag brandt de lentezon onbarmhartig juist op de plek waar de iMac staat en moet ik het lichtdichte rolgordijntje sluiten, maar dan zit ik zo ongeveer in het donker en na al die natte sombere dagen wil je wel het licht zien. Dus heb ik het naaimasjien gevat, vervolgens de strijkbout en nu hangt er een spiksplinternieuw hagelwit vitragegordijntje dat het licht keurig filtert en dempt.
Ben benieuwd of ik dat ooit op de hand zal wassen, spannend.

Hans G. Kresse

Was de weergaloze tekenaar van onder andere Eric de Noorman en aan hem moest ik denken toen ik dit toch zo vertrouwde beeld zag. Want hij was niet alleen striptekenaar maar heeft ook talloze prachtige boekillustraties gemaakt. Voor een boek over Tijl Uilenspiegel een panorama van het stadje Damme gezien vanuit de kerktoren en daar kon ik uren bij wegdromen. Door zijn tekeningen heb ik niet alleen leren kijken maar vooral ook leren zien.

Een flinke onweersbui was afdoende

In het kader van Kunst op de Dommel stonden bij het nieuwe bankje vier luidsprekers in het water en die anticipeerden op de wind en de golven. Althans volgens het bijbehorend bord en dat beloofde welriekende melodieën maar meer dan een luid en uitermate irritant gebrom kwam er niet uit.
Vanmiddag na mijn omloop die ik voor de verandering eens een keer rechtsom gelopen had kwam ik bij de tweede blingbrug weer langs die herriedozen en bleef plots verrast staan, hand achter de oorschelp en… ik hoorde niks, alleen het gezang van vogels en het rustgevend gekabbel van water.
‘Eén onweersbui en alles ligt plat!’ klonk het tevreden vanaf het bankje. Een leeftijdgenoot met een hondje zat behaaglijk onderuit gezakt van de stilte te genieten.
‘Het kan mij niet stil genoeg zijn.’ vervolgde hij en ik knikte en nam met een zucht van voldoening plaats.
Een ouder echtpaar naderde en wilde na een korte groet doorlopen maar bleef plots stokstijf staan.
‘Looft den Heer want die krengen doen het niet meer!’ riep de man uit, zijn vrouw knikte en ze kwamen er opgelucht bijzitten.
‘Het bord beloofde anders prachtige muziek’ zei ik.
‘Ja, bij dat waterrad op die dure aluminium stellage vertelde een van de opbouwers dat het ding het Wilhelmus zou spelen, maar alles wat ik gehoord heb, geen Wilhelmus’
‘Ik vind alles best als ze maar niet gaan rappen’
zei zijn vrouw die tot dan toe haar mond had gehouden.
Steeds meer wandel- en hondelaars kwamen langs en keken blij en verheugd en het werd een vrolijke drukte van belang.

Ik heb ‘m de verrekkeling!

Na een tip van buurvrouw Liesbeth, die het blauwe ettertje al eerder gezien en gefotografeerd had, is het me dan eindelijk gelukt om de diepe kras op m’n ziel te laten genezen; uitgebreidt gezien en matig op de foto, maar ik kom terug met een andere lens. Ik zit nou nog te trillen.