De tijden veranderen

Als ons moeder dit zou kunnen zien dan kon ik meteen aan de slag met een oud en bot aardappelschilmesje om al dat onkruid tussen de stenen weg te krabben.
En mopperen of tegenwerpingen maken had geen zin, je deed wat je moeder zei. Weliswaar met de pest in je lijf en het vaste voornemen om niets maar dan ook niets ooit nog als onkruid te bestempelen laat staan om weg te halen als je eenmaal de macht overgenomen had.
En zo geschiedde en in de hemel is behalve geen bier ook geen onkruid en hier in het nu bestaat onkruid niet meer, alleen nog maar natuur.

Ik wierp een blik uit het raam

En ik zag dat het grasveld vol lag, met dooie bladeren welteverstaan. Nou is dat geen nieuws want dat is al minstens twee maanden zo en dat komt door de droogte. Bomen hebben het moeilijk, de hele natuur snakt naar vocht en een enkele bui zet geen zoden aan de dijk. Plenzen moet het en dagen achtereen.
Maar toen ik beter keek zag ik de bloemetjes, die het toch voor elkaar gekregen hadden om ergens wat te drinken te vinden en in bloei te schieten.
Er is hoop.

Sambal in je reet man

Dat riep sergeant-majoor Loempia altijd als we niet snel genoeg liepen naar zijn zin en daar moest ik aan denken toen ik de eerste rooie pepers plukte van een van de drie planten, boordevol al met groene in alle maten.
Ook de snijbonen geven met gulle hand want als je er een handjevol afhaalt wordt de plant kwaad en gaat onmiddellijk nieuwe bloemen aanmaken met als gevolg dat ik tot in oktober kan doorgaan met oogsten. Wat ben ik toch een bofkont.

De snaaikom

Nee, niet de zwaaikom want dat is een verbreding in een kanaal waar de boten kunnen ‘uitzwaaien’ om te keren. Hoewel ik iemand ken die tot op heden denkt dat het woord zwaaikom komt van de plaats waar je als kind naar Sinterklaas zwaait als die met de stoomboot vol prachtige geschenken en vrolijke zwarte pieten weer terug komt uit het verre Spanje.
Nee, dit is een snaaikom en dat is een nieuwe trend in de wondere wereld van de Foodlovers maar daar heet ie anders, iets Engels uiteraard.
Het is niet de bedoeling dat je gezellig je kommetje vol schept, alles door elkaar husselt en dan de inhoud genietend naar binnen lepelt. Nee, alles zoveel mogelijk apart en dan maar snaaien: een boontje hier, een worteltje daar enzovoort en uiteraard met stokjes.
Flikker je de hele handel op een bord, dan heet het geen snaaikom meer maar een prikbord. U bent gewaarschuwd.

De keerzijde en de medaille

Na een voorspoedig verlopen nastaarbehandeling —wat een dikke laag mompelde de oogarts terwijl de rode flitsen als vurige pijlen door mijn schedel schoten — kwam ik als nieuw weer buiten en zag nu duidelijk dat de bus zich net in beweging zette.
Ik holde, zwaaide en de bus stopte zodat ik toch nog kon instappen. Eigenlijk had ik niet mogen stoppen zei de goedlachse dameschauffeur, maar vooruit. Ik dankte haar hartelijk en noemde haar een schat en dat was het sein voor uitbundige vrolijkheid en veel gebabbel met de overige passagiers: twee dames, duidelijk moeder en dochter. Ik verstond er niks van en beperkte me tot lachen en knikken en zag met m’n herboren linkeroog de wereld weer steeds mooier worden.
Eenmaal uitgestapt zag ik daardoor voor het eerst het daar al lang aanwezige aanplakbord met ‘free ijsjes’. Getroffen bleef ik staan want wat bedoelden ze nou, vrije ijsjes, bevrijd ijsjes (gebiedende wijs) of gratis ijsjes? Spreek je moerstaal stumper dan weet ik wat je bedoelt, ace & tate!
En toen ik thuis gekomen de televisie aandrukte kwam er op het nieuws een meneer die buiten op een terras zware shag van de weduwe rookte en een meneer van Clean Air Nederland.
In de woorden van Johan: Iedere keerzijde heeft z’n eigen medaille.

Col de l’Iseran

Vandaag gaat het tourcircus over het dak van deze ronde, de col de l’Iseran. Achttien jaar geleden was deze col ook voor mij het hoogste punt in de voettocht van Pieterburen naar Nice.
Vrijdag 29 juni 2001 schreef ik daarover in mijn dagboek onder andere:

Het is mooi weer en ik kuier opgeruimd Val d’Isére uit langs een rustig klimmend weggetje, maar na de laatste huizen, gaat het steil omhoog de bossen in en dwars over ski-pistes. Ik begin danig te zweten.
Als ik de D902 kruis sta ik voor een massieve muur van sneeuw; geen spoor van een pad of markering te vinden. Een blik op de kaart leert dat er niks anders op zit dan de weg te volgen, die gelukkig erg rustig is met verkeer. Welgemoed ga ik op weg en tussen steeds hoger wordende sneeuwmuren, kom ik langzaam klimmend, op de Col de l’Iseran (2770 m) waar ik verwelkomd wordt als een held, maar dat geldt niet mij, maar even oude knarren op fietsen.
Maar ik mag ook delen in het feest en als de begeleidende dames in de gaten krijgen, dat ik niet alleen te voet uit Nederland ben gekomen, maar ook nog honger heb, wordt ik bedolven onder koekjes, chips en chocolade. Toch wel handig zo’n begeleidende groep verzorgsters.
Het eerste stuk van de afdaling gaat weer over de D902 en het duurt lang voor ik het pad van de GR5 weer kan oppikken. Vooral door de hoge waterstand zijn hele stukken onbegaanbaar. Pas bij Maison Cantonnière de Pied Montet (2274 m) lukt het om op de route te komen. 

De renners gaan vandaag in tegengestelde richting de col over en ik ben benieuwd of er nog net zoveel sneeuw ligt als toen.
Overigens heb ik tijdens die tocht nooit iets gemerkt van ijlere lucht boven de tweeduizend meter — als niet klimmer zat ik in de Ardennen al stik kapot — maar misschien wist ik dat toen niet of heb er niet aan gedacht. Kan toch.

Zoetzuur

Eerst het zuur en dan het zoet? Nee dank u, dat geintje kennen we. Ik geef de voorkeur aan zoetzuur en dan vooral met zomerse groenten zoals bietjes en in dit geval sperzieboontjes. Eerst een nachtje gepekeld om ze lekker knapperig te houden en dan in het zuur, nou ja zoetzuur dus met specerijen.
Heerlijk in een zomerse salade met vul maar in: wat de bladen voorschrijven of de suïcidale media eisen of voor de dapperen gewoon wat ze lekker vinden.
En het wordt zomer, reken maar van jawel, dus rustig blijven, geen inspanningen, hittestress — een nieuwe loot aan de stressboom — vermijden en vooral veel drinken.

Merkwaardig

Enkele maanden geleden drongen actievoerders de stallen van een varkensboer in Boxtel binnen. Er werd geen schade aangericht — ook niet na minutieus weken durend onderzoek — behalve aan de voertuigen van de actievoerders die door boze boeren in de sloot gekieperd werden. Niet zo moeilijk met die monstertrekkers van tegenwoordig.
De verontwaardiging over de bezetting was groot en de voltallige fractie van het CDA stond zich witheet te verdringen rond de microfoon en sprak van een inktzwarte dag.
Afgelopen zondag vonden 100.000 (honderdduizend) kippen de dood bij de zoveelste stalbrand, deze keer in Groningen. Ik was benieuwd naar de reacties en volgde oplettend alle mij ter dienste staande media. Doodstil, net als die kippen.
Geen withete CDA-er te bekennen die van een roetzwarte dag sprak. Nou is dat wel begrijpelijk door het Pietenprobleem, maar ook over een pikzwarte dag werd niets gehoord. Eigenlijk wel weer logisch met al die vrouwenquota’s, maar zelfs een genderneutrale zwarte dag kon er niet af.
Merkwaardig.

Nee hoor

Ik ben niet vertrokken naar een verwegbestemming, ook lig ik niet dood onder aan de trap, maar ik ben gewoon lui. Ik lig op de bank en kijk heel langzaam om me heen naar een tomaat bijvoorbeeld. Maak me niet druk over gek geworden idioten die naar de rechter stappen omdat het hoogbegaafde prachtkind niet mee kan doen aan de musical. Of over progressieve Amsterdamse intellectuelen en kunstenaars die anders graag luidkeels in de babbelmedia foeivingeren naar witte provinciale onderbuikers die iets tegen asielzoekers hebben, en nu te hoop lopen tegen het Holocaustmonument dat voor hun deur dreigt te verrijzen. Ik neem het voor kennis aan en schakel over naar den bels naar Michel en José voor de touretappe.
Dat verrekte gevoetbal is gelukkig even afgelopen.

Plamuur

‘Anderhalve week geleden ging mijn televisie kapot’ zei ik gisteren tegen Grotezus terwijl we lekker op haar balkon zaten met een kouwe klets in de hand.
‘Heb je hem laten maken?’ vroeg ze.
‘Waar kan dat nog?’antwoordde ik geheel in Joodse traditie met een tegenvraag.
Ik vertelde dat een nieuw apparaat amper nog een scheet en drie knikkers kostte en dat ik een ietwat grotere had besteld met ‘4K’ en dat het ook een slimme televisie was met apps enzo maar dat ik daar geen gebruik van maakte want ik was zelf slim genoeg om te weten wat ik interessante programma’s vond enzovoort. Ze knikte en wou er zelf ook een en dus gaf ik haar de url van de winkel.
Ik ging voort met te vertellen dat ik alle onderschriften weer kon lezen en dat het beeld haarscherp was maar dat ik in eerste instantie dacht dat er iets mis was met de kleuren. Want tijdens het zappen kwam ik in de babbeltafel van Jeroen Pauw terecht. Gelukkig stonde het geluid uit want hij — en de meeste van zijn vriendjes — heeft een irritant spraakgebrek, hij kan de oo niet uitspreken en maakt er een auw van. Dus waarschijnlijk heet hij helemaal geen Pauw maar Jeroen Poo.
Maar ik dwaal weer af want ik dacht: ‘Wat heeft die man ineens een oranje kop!’ en zocht al naar de instellingen om de keuren aan te passen. Niet dus, gong niet. Ondertussen zapte ik verder en bleek dat alle kleuren schitterend prachtig waren behalve in studio-klets-programma’s. Op alle zender dus, Bels, Duits, Engels maakte niet uit en toen viel de viftigeurocentmunt: visagie. In al die studio’s worden de presentatoren en gasten eerst geplamuurd en geverfd. Maar daar mag met die nieuwe televisies wel iets aan gedaan worden want het is geen gezicht meer. Kijk maar naar de foto van Jeroentje die ik van het scherm gemaakt heb, zijn hand is vrij normaal maar zijn gezicht… Het lijkt wel op ie op handen en voeten stond toen ie gespoten werd. Maar dat grapje mag niet meer.

Wetenschappelijk onderzoek

Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt dat uit het ontbreken van de kangoeroe in de Chinese Dierenriem kan worden afgeleid dat de ouwe Oerchinezen nooit in Australië zijn geweest.

Na het opnieuw bestuderen van de data komt een speciale Dierenriemcommissie tot een heel andere conclusie. Namelijk dat de ouwe Oerchinezen wel degelijk in Australië zijn geweest maar dat ten tijde van hun bezoek de kangoeroe nog niet was uitgevonden.

Deze conclusie wordt evenwel bestreden door een derde groep specialisten die na intensieve bestudering van de data met zekerheid kon vaststellen dat de ouwe Oerchinezen zowel in Australië zijn geweest — welhaast meerder keren — als dat zij daar de kangoeroe aantroffen. Maar ook waren de bezoekers zeer onaangenaam getroffen door het, in hun ogen, onesthetisch gespring van dat beest en al bij de eerste confrontatie onmiddellijk met kromme stokken zijn gaan gooien om het dier te doden.

De eindconclusie is dan ook dat de boemerang een Chinese uitvinding is.

Zoveel geluk hoeft nou ook niet

Als er een vogeltje op je raam poept brengt dat geluk, tenminste dat zei ons moeder altijd. Maar in dit geval had het wat minder gemogen want het is het enige raam waar ik niet bij kan. En de huurbaas laat het maar één keer per jaar wassen; da’s genoeg zegt ie. Nou kan ik gelukkig erg goed iets niet zien, dat scheelt.

Afijn, de eerste dag van de zomer begint dus goed en het wordt helemaal krentebol want volgende week als het Grotezusdag is moeten we rekenen op zo’n 35°C — vijfendertig graden op de schaal van Celsius. Lekker toch.