Wie zaait zal oogsten

Inderdaad, de oogsttijd is begonnen. Niet dat alles wat ik gezaaid heb meteen een doorslaand succes was, zeker niet. De bieten doen moeilijk en met de snijbiet ben ik al twee keer opnieuw begonnen en de peterselie heeft ook bar weinig zin om uitbundig te keer te gaan.
Maar de paksoi en de peultjes kunnen de pan in. Dat wordt smullen.

Ja, ik leef nog maar door al dat gedoe met dat virus en thuis zitten en niks doen doe ik nog veeel meer niks. Vandaar.

Een soort zeg maar opklapbed maar dan duidelijk anders

Ik kwam plaats te kort en had nog wat stukken hout over. En ja wat doe ik dan, dan ga ik creatief met hout zitten zijn en knutsel een soort opklapbed in elkaar dat niet meer kan inklappen. En voilà… plaats genoeg.
Of er nog plek over is om een stoel neer te zetten om lekker op het balkon te zitten? Nee natuurlijk niet, ik ben geen toerist!

Nou moe

Sneeuw! Bah, ik ben volop bezig met het lenteklaar maken van de balkonkwekerij, de peultjes moeten de grond in en de veldsla. Dan zit ik niet te wachten op sneeuw! Veel te koud, misschien niet voor de peultjes c.s. maar wel voor mij om op een tochtig balkon met temperaturen van amper boven nul met zand te gaan zitten spelen.
En dan dat belachelijke gedoe om een verwoestend virus naar een biermerk te noemen. Ik weiger dan ook om het Corona te noemen, voor mij is het ’t ramonavirus. Dat loop je op als je op een zwaar vervuilend gigantisch ‘kroessjip’ je ouwe dag moet gaan zitten vergallen. Blijf thuis achter de geraniums en dans de tango met moeder de vrouw, moet je eens zien wat er dan gebeurt.
En tegen Floortje als die weer eens zonodig naar het einde van de wereld moet reizen, zou ik willen zeggen: ‘En blijf daar dan ook, ja!’

Kortom het gaat uitstekend met me, druk druk druk.

Mevrouw K mailde

Of ik nog leefde en of het wel goed met me ging. Ja hoor antwoordde ik, maar het is winter en dus hou ik een mini-winterslaap; afijn dat is bekend.
Tevens stuurde ze een foto en daar was ik heel blij mee want daar stond de eetboot uit Gdansk op die een merkwaardige rol speelde in het grote verhaal over de voettocht naar Sint Petersburg, die foto had ik niet; blij dus. Hier het verhaal over die boot:

zondag 28 mei 2006
Ik ben in Gdansk aangekomen en zal daar twee dagen moeten blijven omdat ik een visum voor Kaliningrad nodig heb en pas morgen bij het Russische consulaat terecht kan. Met veel moeite heb ik een betaalbare slaapplaats gevonden in de kelder van een Hostel:

Ik ga vlak bij op een afgemeerde boot, die als restaurant dienst doet iets eten. Uiteraard is de boot aan de havenkant helemaal open, want het is minstens 14 graden nu. Ik neem een tafeltje aan de dichte kant en leg mijn paraplu op een uitstekende rand tegen de muur en dan blijkt het geen muur maar een los zeil te zijn en dus dondert mijn plu in het water. Grote paniek, mijn paraplu, ik kan niet zonder. Gelukkig is ie opgerold en blijft drijven en door dapper optreden van de kok en zijn dochters kan de paraplu gered worden. Uit dank word ik er vaste klant.
Als Mirjam zo’n anderhalve maand later in Gdansk is en op dezelfde boot informeert of ze zich een Nederlander herinneren, die te voet op weg was naar Sint-Petersburg is de reactie: ‘Die van de die paraplu?’ Je ziet hoe makkelijk je beroemd kunt worden.

Lodewijk

Weer of geen weer, maar iedere dag en vaak meerdere keren komt Lodewijk voorbij. Ik weet helemaal niet of hij wel zo heet, maar omdat ik genetisch gemanipuleerd ben door mijn moeder die het ook niet kon laten, geef ik iedereen die me opvalt een bijnaam. En dit is dus Lodewijk.
Altijd, zomer en winter helemaal in het zwart gekleed passeerde hij met bedaarde doch ferme pas mijn raam maar sinds een paar dagen draagt hij in plaats van een zwarte een fel oranje jas. Ik ben helemaal van slag en vraag me af of hier ‘moeten’ in het spel is, want ik zag toevallig een maand of zo geleden toen ik naar mevrouw K liep dat hij een aanleunwoning van het Labrehuis binnenging. Het Labrehuis is afgebroken maar dit tamelijk nieuwe gebouw staat er nog. Dus denk ik dat hier procedures en protocollen aan het werk zijn want een normale gek loopt niet vrijwillig in zo’n oogverscheurende veiligheidsjas. De hoogbejaarde boer die jaren geleden iedere dag rondjes van minstens zes kilometer achter zijn rollator liep moest ook een fluoriderend vestje aan maar verdomde dat vierkant en ten einde raad had de zuster het ding maar in z’n mandje gekieperd, vertelde hij moeizaam — door een beroerte sprak hij slecht — maar met veel gegrinnik.

Overigens gaat het met mij uitstekend, maar er gebeurt hier zo weinig opwindends en heb ik heel Gennep al minstens tienmaal gefotografeerd, dat de frequentie van verslaggeving erg laag is en tot het nieuwe balkontuinseizoen begint ook wel zal blijven.

Wintergasten

Hoewel er het hele jaar door wel ergens een koppeltje Canadese ganzen rondscharrelt, komt er ieder jaar een grote groep van wel zo’n veertig ‘wilde’ Canadezen hier de winter doorbrengen. Of het steeds dezelfde groep is weet ik niet en ja natuurlijk heb ik dat gevraagd maar ze geven geen antwoord en die ganzen lijken sprekend op elkaar… of ben ik nou racistisch.Het valt me wel op dat ze steeds minder schuw worden en misschien is het toch dezelfde groep. Gezellig.

Even iets anders: toen ik net terug kwam van meneer Appie zag ik dat het rare bord over rood licht verdwenen was en dat er in de ventweg van gene zijde — of eigenlijk de ventweg van deze zijde bekeken vanuit mijn bed — een anti-auto-verhoging was aangebracht. Ze kunnen er niet in of uit, maar de fietsende mennekes en meidjes wel. Zouden ze ten stadhuize alhier dit blog lezen? Lijkt me sterk.

Hier wordt Sinterklaas niet vrolijk van

En ik ook niet en natuurlijk, de natuur moet z’n loop hebben, dat kan ik billeken. Maar het idee om nog maanden droef uit het raam te moeten staren, terwijl de regendruppels als dikke tranen over de ruiten biggelen, nodigt niet uit om een uitbundig feestgezang aan te heffen.
Echt inspirerend is het ook niet dus zal de frequentie van nieuwe ontboezemingen in de pas lopen met het aantal uren daglicht… zucht.

Verder heb ik niks te klagen als bofkont op een goddelijk luizenhoofd in Frankrijk.

Totale zinsverduistering

Drie tuinmeneren zijn met de modernste, door de arbo goedgekeurde hulpmiddelen ruim drie uur bezig geweest met het verwijderen van dode bladeren. Twee medewerkers met de voorgeschreven gehoorbeschermers hebben met bladblazers de boel op lange stroken geloeid — de verplichte oordoppen gelden niet voor de argeloze omwonenden — en daarna heeft een derde medewerker in een trekker met aangehangen bladzuiger die op stroken geblazen bladeren opgeveegd. En dat viel om den drommel niet mee, keer op keer reed hij zijn combinatie heen en weer (ha dat rijmt) en uiteindelijk is na drie uur noeste arbeid een grasveld zo groot als een zakdoek bladvrij geraakt.

Dezelfde drie mannen hadden in alle stilte met hark, bezem en kruiwagen de klus, zoals vroeger, in een half uurtje kunnen klaren, maar dat is geen vooruitgang en daar kan een eigentijdse firma in groenonderhoud natuurlijk niet aan beginnen.

Bachblazer

Het is weer zover, met de Koers van de vallende bladeren — Lombardije dus — die op magistrale wijze is gewonnen door Bauke Mollema, zijn we in de tijd van de bladblazers beland. Vroeger werden hark en brede platte schup gebruikt maar we leven in de tijd van de vooruitgang en die gaat nu eenmaal gepaard met herrie.
Nou hou ik best wel van eentonig, doedelzak, didgeridoo, orgeltje, maar enige variatie in de melodie is best wel aardig. Het blaasding hoeft nou niet mteen een fuga van Bach te spelen maar een gezellig melodietje moet toch kunnen. Met zo’n moderne app zou dat een fluitje van een cent zijn want volgens Sting, ja die van de Police vroeger, dochterlief was er weg van en ik heb tijd zat gehad toentertijd om die hele Police in het algemeen en die verrekte Sting in het bijzonder… volgens Sting dus is iedere popmuzikant schatplichtig aan Bach.
Nou doe er dan iets aan, aan die bladblazers, ja!

PS Ik las zojuist dat er op de nieuwe lijst van door Europol gezochte criminelen eenentwintig personen staan waarvan achttien vrouwen. Zonder dat er sprake was van een verplicht quotum. Woehaaa.

Last of the summer wine

Last of the summer wine is een Britse komische serie die nooit, ik zeg nooit, op de Nederlandsche zenders vertoond is, zelfs niet door de ouwelullenzender Max. Waarom niet? Geen idee want het is op afstand mijn meest favoriete serie met Monty Python als goede tweede. Het gaat eigenlijk over niks, nou ja over een stel recalcitrante bejaarde kerels adequaat daarop reagerende oudere dames. Om het netjes te zeggen. De serie is al oud en vanwege het hoge sterftecijfer van de acteurs komen er steeds nieuwe idioten aan bod, maar echt bij de tijd is het allemaal niet. Op een Aziaat na, mister Entwizzle uit Hull, zijn het allemaal blanken, niemand is homo of lesbisch en ook de andere afkortingen zijn in geen velden of dreven te bespeuren. Vandaar misschien de Nederlandse boycot.
Ik heb toen je voor een paar euro extra alle Britse zenders kon ontvangen — nu kost het de aanbetaling op een hoekpand en moet je er nog een hoop shitzenders bij nemen, nee dus — een aantal afleveringen opgenomen en regelmatig lach ik me dus weer de lul uit de broek. Maar dit terzijde.

Nee ik dwaal niet af want die sfeer van de laatste zomerse wijn proefde ik vandaag en gisteren volop op mijn balkon waar de snijbonen het na een laatste oogst voor gezien hielden en ik in een aangenaam zonnetje de boel opruimde, alles keurig aanveegde en met een welgevallig oog constateerde dat de bietenoogst begint, de snijbiet niet van ophouden weet, de peterselie zich uitbundig aanstelt en de wintersla er echt zin in heeft en de pepers nog steeds volhangen met nieuwe vruchten.
Dat wordt een hete winter.

Verward

Ik. zat nog maar net aan de koffie toen mijn aaiFoon belde — nee die tjoedelt niet, die belt. Grote zus am Apparat of ik morgen wilde komen in plaats van vandaag want de buurvrouw lag dood onder aan de trap… zonder rollator of zoiets.
‘Euh…’ zei ik nog warrig van de nacht ‘dat is geen probleem.’ ‘OK alles goed?’ ‘Alles goed.’ ‘Tot morgen dan.’

Nou is mijn sterrenbeeld Structopaat met de planeet Autis in het zevende spectrum dus u begrijpt dat ik even duchtig moest nadenken en danig verward was. Wat moest ik vandaag eten en wat met het eten van morgen? Alles stond immers al weken van te voren gepland en dat moest razendsnel aangepast worden. Het angstzweet brak me uit… keuzestress!
Rustig gaan zitten, concentreren op de ademhaling en langzaam kwam het inzicht ingedaald: vandaag wordt morgen en morgen wordt vandaag.

Opgelost. Ik blij maar dat was snel over toen ik de lange rij wachtende voor de kassa bij mijn vertrouwde grootgrutter zag.