Gezellig weer eens naar de pillenautomaat

Koud en nevelig en dus mooi en vooral toen ik bij het Rozenknopje de Hoogstraat inkeek. Snel de aaiFoon gepakt en ‘zwoeisz’ zei de foto-app. Vroeger pakte je de paraattas en ‘ksss’ zei de sluiter van je betere klapcamera, althans volgens Dick Boer. Het vervelende van die moderne dingen is dat je die nevel lang niet zo mooi kunt weergeven als in de tijd van toen, maar daar staat veel goeds tegenover toch.
Het Rozenknopje daar ben ik vroeger wel eens geweest, eigenlijk best vaak zeg maar ongeveer iedere dag en het was er gezellig. Als je binnenkwam moest je na eerst het tochtgordijn ook nog het rookgordijn opzij duwen en je dan op de tast een weg naar de bar wringen waar Roos de pils al had klaarstaan want Roos kende haar klanten.
Die klanten waren van zeer uiteenlopende pluimage, variërend van reclame- en bennekeltuig, hard werkende nederlanders, nederlanders met een migraine-achtergrond, misselijk makende middenstanders tot eeuwige en zelfs tijdelijke studenten en vooral veel lekkere wijven van alle leeftijden en voor elk wat wils, en allemaal zuipen en roken of het de laatste kans was. Kortom een gezellig etablissement. Ik kom er allang niet meer en weet ook niet hoe het er tegenwoordig aan toe gaat maar vrees het ergste want dankzij de geldwolven van de vvd die de accijns op tabac hebben verhoogd tot het niveau van de vertrekvergoeding voor een blunderende en frauderende topbestuurder en het rookverbod voor kroegen door de tutteltrutten van links, vrees ik het ergste. Geen wonder dat de jongelui van tegenwoordig hebben moeten uitwijken naar tochtige weilanden en daar massaal staan te springen van pure ellende.

Naar buiten jongmensch

Dat zei een dominee lang geleden en hij heeft gelijk. Want hoewel de dagen om deze tijd van het jaar meestal grijs en grauw zijn en de bomen en struiken kaal en troosteloos kan er op het einde van een mooie wandeling door landelijke dreven en lanen onverwacht een vriendelijk zonnetje de velden laten oplichten en een tevreden grijns op het gezicht van de eenzame zwerver toveren.

Bij de drogist

Goedemiddag, waarmee kan ik u van dienst zijn?
Goedemiddag, een pond bloedsuiker graag.
Bloedsuiker, u bedoelt misschien roodbloedloogzout?
Nee, ik bedoel wel degelijk bloedsuiker.
Maar eh waar wilt u dat voor gebruiken als ik vragen mag.
Om een bloedsuikerspiegel te maken natuurlijk. Je hoort tegenwoordig zulke geweldige dingen over bloedsuikerspiegels dat ik er ook een wil maar je kunt nergens een bloedsuikerspiegel krijgen en dus wil ik er zelf een maken van een gewone spiegel en bloedsuiker.
Helaas meneer bloedsuiker is niet los verkrijgbaar.
Jammer, dat is een lelijke tegenvaller, ik had mezelf graag willen bekijken in zo’n prachtige bloedsuikerspiegel.
Toch bedankt en goedemiddag.
Goedemiddag meneer.

Vroeger deden pronte meiden dat
met een hark

Zo’n brede houten hark met dikke houten tanden en er zat een gebogen ijzerdraad op, op die hark dus en ze hadden rooie boerenbonte zakdoeken om heur haar gebonden, die meiden dus en ze zongen oogstliederen, tijdens het harken dus maar dat kan ik me niet meer herinneren.

De pont naar Rijswijk vaart net voor
m’n neus weg

Met een flinke aanloop zou ik het misschien nog net gehaald hebben, maar ik hoefde helemaal niet naar Rijswijk. In Wijk bij Duurstede had ik trouwens ook niks te schaften en vervolgde daarom blij van zin mijn weg zonder me af te hoeven vragen wat de status zou zijn van iemand die op de pont wacht.

Overpeinzingen bij een beregend raam

Menigmaal heb ik op mijn tochten halt moeten houden, niet omdat ik vermoeid was, of omdat er een steentje in mijn schoen zat of een ander ongerief mij plaagde, nee ik moest stoppen omdat de brug open was. Op zulke momenten was ik dus automatisch een brugwachter, tenzij ik er voor koos om zwemmend mijn weg te vervolgen hetgeen bepaald niet zonder risico’s geweest zou zijn gezien het scheepvaartverkeer dat juist op dat moment mijn weg zou kruisen. Ik meen me te herinneren dat ik ooit in de Weerribben gezeten in een punter met een kleine buitenboordmotor een sluiswachter was, maar een vuurtorenwachter ben ik nooit geweest.

Zelfportret met vallende avond

Ja het zijn donkere tijden, loodgrijze luchten worden afgewisseld met inktzwarte humor maar soms laait er heel even een felle zon. Een betere foto van de ijsvogeltjes die ik u beloofd had zit er tot nu toe helaas niet in domweg omdat ik ze niet meer gezien heb. Of de manifestatie ‘Kunst op de Dommel’ ze verjaagd heeft weet ik niet maar ook bijna twee weken na deze cultuuruitbarsting nada ijsvogeltje!

Hans G. Kresse

Was de weergaloze tekenaar van onder andere Eric de Noorman en aan hem moest ik denken toen ik dit toch zo vertrouwde beeld zag. Want hij was niet alleen striptekenaar maar heeft ook talloze prachtige boekillustraties gemaakt. Voor een boek over Tijl Uilenspiegel een panorama van het stadje Damme gezien vanuit de kerktoren en daar kon ik uren bij wegdromen. Door zijn tekeningen heb ik niet alleen leren kijken maar vooral ook leren zien.

Een flinke onweersbui was afdoende

In het kader van Kunst op de Dommel stonden bij het nieuwe bankje vier luidsprekers in het water en die anticipeerden op de wind en de golven. Althans volgens het bijbehorend bord en dat beloofde welriekende melodieën maar meer dan een luid en uitermate irritant gebrom kwam er niet uit.
Vanmiddag na mijn omloop die ik voor de verandering eens een keer rechtsom gelopen had kwam ik bij de tweede blingbrug weer langs die herriedozen en bleef plots verrast staan, hand achter de oorschelp en… ik hoorde niks, alleen het gezang van vogels en het rustgevend gekabbel van water.
‘Eén onweersbui en alles ligt plat!’ klonk het tevreden vanaf het bankje. Een leeftijdgenoot met een hondje zat behaaglijk onderuit gezakt van de stilte te genieten.
‘Het kan mij niet stil genoeg zijn.’ vervolgde hij en ik knikte en nam met een zucht van voldoening plaats.
Een ouder echtpaar naderde en wilde na een korte groet doorlopen maar bleef plots stokstijf staan.
‘Looft den Heer want die krengen doen het niet meer!’ riep de man uit, zijn vrouw knikte en ze kwamen er opgelucht bijzitten.
‘Het bord beloofde anders prachtige muziek’ zei ik.
‘Ja, bij dat waterrad op die dure aluminium stellage vertelde een van de opbouwers dat het ding het Wilhelmus zou spelen, maar alles wat ik gehoord heb, geen Wilhelmus’
‘Ik vind alles best als ze maar niet gaan rappen’
zei zijn vrouw die tot dan toe haar mond had gehouden.
Steeds meer wandel- en hondelaars kwamen langs en keken blij en verheugd en het werd een vrolijke drukte van belang.

Het is eigenlijk heel simpel

Die stok met dat gele vlaggetje staat in een putje en in dat zelfde putje moet je met een ijzeren stok een balletje met allemaal deukjes inslaan. Je moet er dan wel voor zorgen dat iemand op tijd die stok met dat gele vlaggetje uit dat putje haalt.
Ben je alleen dan wordt dat heel lastig, zeg maar gerust dat dat een handicap is.

Wonderfiets

Het vehikel trok m’n aandacht door de oogverscheurende gele kleur maar bij nadere beschouwing blijken er ook nog geen spaken in het voorwiel te zitten! Nee, ik heb niet zitten fotofoppen; zou trouwens een hels karwij geweest zijn. Klik maar op de foto en zie voor uzelf.

Ik heb ‘m de verrekkeling!

Na een tip van buurvrouw Liesbeth, die het blauwe ettertje al eerder gezien en gefotografeerd had, is het me dan eindelijk gelukt om de diepe kras op m’n ziel te laten genezen; uitgebreidt gezien en matig op de foto, maar ik kom terug met een andere lens. Ik zit nou nog te trillen.