Gelukkig is er Den Bels

Om de vier jaar wordt het wereldkampioenschap voetballen gehouden. Om de vier jaar het Europees kampioenschap hollen, schoppen en gaan liggen met een bal. En om de vier jaar zijn er de olympische spelen. Allemaal in de zomer als de landelijke competitie afgelopen is. Dus slechts één jaar word ik niet geteisterd door opgewonden idioten.
Maar nu hebben de damesmevrouwen dat laatste vrije jaar ingepikt door ook te gaan voetballen en de gekte is tot het kookpunt gestegen. Oranje leeuwinnen heten ze alsof er geen heftige strijd is gevoerd voor genderneutraliteit tot op de plee aan toe.

Maar gelukkig is er Den Bels met de koers… snik. En vandaag won Wout Poels de koninginnenrit in de stromende regen in Frankrijk waar het altijd goed weer is!

Ze hebben er zin in en ik ook

Er viel trouwens wel meer te lachen want om een uur of tien ging de binnenbel: de loodgieter van boven of ik wat zeepsop voor hem had want dat waren ze vergeten. Ja, afwasmiddel was ook goed en een emmer hadden ze zelf wel. Natuurlijk had ik dat.
Na een uurtje werd het stil boven en toen ik nog later eens naar buiten keek was het busje van de loodgieter verdwenen… mèt mijn afwasmiddel.
En gelachen dat we hebben.

Lief en leed in de hangende moestuin

Het lijkt het echte leven wel daar op mijn balkon, gisteren moest ik smartelijk afscheid nemen van de bieten want de krengen verrekten het om te groeien en de blaadjes vertoonden lelijke zweren en schurft. Dus weg ermee, naar de eeuwige vuilnisvelden.
En vandaag konen mijn snijbonen, die ik tegen alle regels van Jelle in, niet voorgezaaid maar de bonen rechtstreeks in mijn MMMini had gestopt en op de vensterbank liefdevol opgekweekt naar buiten. Potverdrie wat stonden ze er mooi bij en meteen op de goeie plaats. Bovendien heb ik wederom zonder van de trap te lazeren het klimrek opgehangen waarlangs de rakkers naar hartelust de weg omhoog kunnen groeien.
Van de slaai en radijs was het goed proeven.
Ik moest gewoon even gaan leggen.

Periodiek onderhoud

Vorig jaar tijdens de grote beurt trof ik niet mijn eigen oogarts maar een enthousiaste jongeling die het absoluut nodig vond dat mijn gezichtsveld nog eens netjes in kaart werd gebracht. Mijn tegenwerping dat er onmogelijk iets veranderd kon zijn en dat dit mij erg deed denken aan het ringen van vogels: het helpt geen pest tegen het uitsterven maar het is zo leuk voor de wetenschap, kon hem niet overtuigen en dus, nou vooruit, zucht, als het moet dan moet het maar.
Afgelopen maandag was het zover en manmoedig sloeg ik me door het vervelende gedoe heen. Gisteren was het normale periodieke onderhoud en dat begint met het opmeten van de ogen. Een voor mij onbekende man — normaal zijn het altijd aardige zachthandige dames — jaste meteen beide ogen vol druppels en schoof de bekende apparatuur heen en weer waar ik door heen moest loeren en zeggen welke letters ik zag: geen dus. Dit weerhield hem er niet van om nog meer gif te druppelen en toen nam een mevrouw het over en die wilde foto’s maken. Dat was nieuw en op de tast volgde ik haar naar een donker hol waar ik werd klem gezet voor een eng ding dat zoemde , klikte en reutelde en felle rode lichtflitsen door mijn schedel schoot.
Eenmaal binnen bij mijn eigen oogarts bleek dat hij dat hele meten van het gezichtsveld maar onzin vond en over die foto’s gromde hij maar wat. Natuurlijk controleerde hij ook nog even de oogdruk en hopla daar gingen weer een par druppels.
Afijn, ik heb weer zwaar nastaar en eind juli moet ik onder het laserkanon; zucht. Gelukkig dacht ik omdat de zon volop scheen op tijd aan een zonnebril en na lang zoeken vond ik er een, dus kon ik toen ik buiten kwam als een blinde zonder hond de bus vinden en bij de goeie halte uitstappen.

Abortus non provocatus

Nee zeg stel je voor zo’n lief klein radijsje. Het ging echt per ongeluk toen ik aan het wieden was. Nou ja, met de hand wat onkruidjes wegplukken tussen de radijzen en toen greep ik mis.
Ja maandag en woensdag moet ik naar de oogarts want het is zoals u ziet wel tijd dat die ingrijpt. Van de week toen ik een vervelend wenkbrouwhaartje wilde weghalen knipte ik in mijn ooglid in plaats van in dat rothaartje. Dat deed gemeen zeer nondecato maar ik hield me groot en heb slachtofferhulp niet gebeld.

Overigens heb ik dat radijsje in wording wel opgevreten en het smaakte heerlijk, helemaal al naar … radijs.

Ik sta hier mooi voor lul

Persoonlijk als plee want de busjesmannen waar ik voor bedoeld ben zijn in geen lanen of dreven te bekennen. Om een uur of elf kwamen ze weliswaar even de nieuwe top tien vaderlandse smartherrie ten gehore brengen en keihard ook, maar na een uurtje was het weer eenzaam stil en verlaten.
Niet echt erg trouwens.

Ga maar buiten spelen

De pepers en basilicum — niet op de foto — stonden al een eeuw op de vensterbank te wachten tot het eindelijk een beetje fatsoenlijk weer zou worden.
Ook ik begon onderhand knap ongeduldig te worden en toen er plotseling allerlei ongedefinieerde kleine, wat zeg ik piepkleine vliegjes rond begonnen te vliegen was de boot aan: ‘D’r uit jullie, naar buiten.’
En zo geschiedde.

Huu boe snik

Dat riepen de neefjes Kwik, Kwak en Kwek altijd als ze van oom Donald hun zin niet kregen. Lang geleden dus want nu krijgen kinderen altijd hun zin, stel je voor zeg van niet want er moet nu al 850 miljoen extra naar de Jeugzorg.
Het is inderdaad zeer lang geleden, ik was een jaar of achttien en met de fiets op weg naar nog verder weg, terecht gekomen op een camping in Sarreguemines. Op die camping barste het van de Amerikaanse militairen en hun gezinnen uit een legerplaats ergens in de buurt. En daar las ik van een van die Amerikaanse jochies de Donald Duck in het Amerikaans. Daar zeiden de neefjes Huey, Dewey and Louie: ‘Unca Donald we wonna ice cream.’ Echt wel.

Maar ik dwaal weer af zoals gewoonlijk want mijn huu boe snik slaat op de foto’s die ik van de flat van de bovenbuurman heb gemaakt, die al dagen wordt gerenoveerd — de flat niet de buurman. Want in die flat zitten nog de originele schuifdeuren en ook de open haard heeft nog de oorspronkelijke tegels en die zijn bij mij wit geschilderd. Snik.

Overigens zit ik na twee dagen oorverdovend geboor nu in de kou want de stroom moest van de verwarming af. Maar de loodgieter heeft beloofd om alles weer in te schakelen als hij naar huis gaat. Boffen.

Ik kan het niet… echt niet

Dit zijn de zaailingen van stambonen die ik gezellig en lekker warm hier binnen opgekweekt heb en volgens Jelle moeten ze naar buiten, uitgeplant worden, aan hun lot overgelaten, moeten ze het zelf maar opknappen. Maar het is zo verrekkes koud op mijn balkon, dat kan ik niet op mijn geweten laaien… echt niet.