Zegt U?

Hoe ik in een tijd dat alle kappers gesloten zijn, gelockdownd zeg maar, van mijn overtollig haar ben bevrijd? Nou gewoon, zoals sommige mensen in één nacht grijs kunnen worden werd ik in een paar uur bijna kaal.

Erg hè.

Ik heb zijn naam ijdel gebruikt

Maar ik had er getverdegetver reden voor! Wat wil het geval, ik kreeg bericht, jawel, van meneer Appel zelf, jawel, dat er een update beschikbaar was en dankzij die updinges zou ik voortaan met mijn aaiFoon foto’s kunnen maken in raw. Het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets maar dat betekent dat de kwaliteit van de plaatjes tot duizelingwekkende hoogtes opgeschroefd kan worden.
Ik blij en meteen alles ingesteld zoals vereist was. Knip knip nog meer knipperdeknip en wat ik ook probeerde geen raw. Ik herhaal ‘gin rauw.’

Allemaal een zalig kerstfeest, dito nieuw jaar en een voorspoedige lock down.
Is dat down hier ook een net woord voor mongool of heb ik het weer eens helemaal mis?

Haarleed

Ik ben kapperloos sinds mijn vaste haarsnijder met pensioen is. Ik gun het hem van harte maar even zo vrolijk zit ik zonder en groeit het haar me letterlijk boven het hoofd. Ik moet gesnoeid worden en drastisch.
Goegelen dan maar en bijna pal naast de pillenautomaat blijkt een herenkapper te zitten: Al Yas geheten met niets dan lovende recensies. Dus toen ik gisteren een smsje kreeg dat mijn pillen in de witte automaat klaar lagen belde ik Al Yas of ik om half twee geknipt kon worden. Dat kon.
Klokslag half twee stapte ik binnen in een ruime moderne en smaakvol ingerichte knipruimte. Drie kappersstoelen telde ik en in een ervan hing overdwars een verveelde schermkijker, in een hoek zat een ander geboeid naar zijn telefoon te staren en verder was het leeg, geen nijver geklik van scharen sterker nog geen kapper te zien. Niemand schonk enige aandacht aan me en ik stond wat onwennig rond te lijken toen er uit een half geopende deur een man kwam die op een hoek wees en zei dat ik daar maar moest gaan zitten. Daar zat ik dan en luisterde naar tamelijk luide eentonige arabische klaagmuziek of liever jankherrie want ik werd er behoorlijk depressief van. Het was duidelijk dat als het al een kapperszaak was — want er was nog steeds geen barbier te bespeuren — het hele gebeuren ook een huiskamerfunctie had want ondertussen was er weer iemand binnengekomen die een kop koffie tapte en weer verdween. Prima toch, maar niet voor mij.
Na een kwartier had ik er genoeg van en trok m’n jas maar weer aan en omdat die actie ook geen kapper te voorschijn toverde opende ik de deur om die aan de buitenkant resoluut en voorgoed wat mij betreft te sluiten.

Pillen trekken en naar huis met nog steeds een warboel op m’n kop en dus thuis nog maar eens goegelen op herenkappers en toen viel tussen het enorme aanbod mijn oog op: Stationskapper! Bingo want dat was blijkens de recensies een ouderwetse kapper die snel en bekwaam zijn werk deed, waar je geen afspraak kon maken en met een kapper die weet wanneer hij over PSV moet ouwehoeren en wanneer hij zijn kop moet houden. En het mooiste van alles: de haltes van begin- en eindpunt liggen voor de respectievelijke voordeuren en er gaat ieder kwartier een bus; kan het mooier.

Net voor de bui binnen

Niet dat ik buiten was. Ik kwam uit de berging en zag in het trappenhuis deze fraaie zonne-uitbarsting tegen de zwarte lucht terwijl de eerste loodzware druppels tegen het raam ketsten en klik zei mijn klak. Of liever zwoeizz zei m’n aaiFoon. Wat ik in de berging te zoeken had, wel daar zet Egbert de stapels antidepressiva en in het kader van ‘we moeten meer bewegen’ van de deskundige kruidenvrouwtjes haal ik daar ieder dag drie flesjes iepeevee een hele krat tegelijk. Ben ik toch lekker bezig en in beweging.

Waar blijven jullie nou

Een paar dagen geleden zag ik bij de Jumbo een vogelvoederding en dacht: ‘Ha, da’s iets voor mijn gevederde vrienden, daar kan ik ze mee lokken en dan heimelijk bespieden en foto’s maken. Is weer eens wat anders dan dan…
Gauw naar huis en meteen helemaal vrij opgehangen zodat katten geen kans maken — als die mij zien weten ze al meteen hoe het haasje hoest — en tevens een riant drink/badderbad ingericht en toen maar wachten, camera in de aanslag ik durfde amper een plas te doen. Maar alles wat er kwam, geen vogeltjes; niks niet eens een ekster of kauw en daar stikt hier van.

Ik moest meteen weer aan wijlen Sjef van Oekel denken die zijn teer beminde Gé Braadslee altijd liefkozend mijn konijntje noemde, behalve als ie kwaad op haar was dan was het ‘Rot konijn!’ Zover ga ik (nog) niet om m’n gevederde vriendjes uit te schelden voor rot vogels, maar schiet wel op, ja!

Ho gnak of toch niet

Mijn roggemeel was op en zonder brood geen speelen dat wisten de oude Romeinen al. De nieuwe Romeinen zijn dat vergeten — geen fatsoenlijk brood te krijgen, geen weg — dus die spelen alleen nog maar, denk ik.
Maar ik dwaal weer af en dus stapte ik uit m’n stoeipakje in het reguliere uitgaanstenue om me onder de mensen te begeven… brrr. Bij de molen was het gelukkig rustig en de aardige molenaarsvrouw, voor de gelegenheid met spatscherm toegerust wist het al: rogge zeker.
Op de terugweg viel mijn oog op de fraaie lucht boven het totaal vernieuwde uiterlijk van het inmiddels overbekende tundeltje en dus greep ik mijn spiksplinternieuwe aaiFoon want die heeft drie camera’s. Jawel, niet drie lenzen maar drie camera’s. Groothoek, zeg maar breedbeeld aangeklikt en vervolgens de ontspanknop. Thuis de foto middels ‘airdrop’ overgeseind naar de Mac en daar de foto een beetje opgebutst: rechtgezet, scheve lantaarnpaal die erg nadrukkelijk op de voorgrond scheef stond te zijn weggehaald en de kleuren, sombere kleuren met dit weer omgezet naar zwart wit; da’s alles. Was ik ontroerd, ho gnak zeg maar… ja en nee. Het geheel oogt netjes prima zelfs maar de scherpte vink nie mooi, te hard. Kijk zelf maar.
Wat zegt? Het ding is bedoeld om mee te bellen zegt u maar ik hou niet van bellen.

Winterklaar maken

Bij het korten van de dagen en het dalen van de temperatuur dacht ik dat het tijd werd om de kamer maar weer eens winterklaar te maken. Maar in plaats van de afscheiding die de kamer in tweeën deelde in volle eer en glorie te herstellen koos ik er voor om die radicaal te verwijderen en lekkere dikke overgordijnen van het plafond tot op de grond te installeren samen met paneelgordijnen als dubbele laag. Zo te zien zaten er al pluggen op de juiste plaats in het plafond
De rail van de tussenwand kon daar probleemloos voor gebruikt worden en dus waren er alleen nieuwe gordijnen nodig. en dus gezellig met mevrouw K naar de iKea.

Afijn, natuurlijk zat er een plug te weinig in het plafon en kwam ik er met mijn klopboor niet in en werd er een klusjesman gebeld die binnen 20 seconden klaar was, hielp met het ophangen van de rail en toen ik vroeg wat ikhem verschuldigd was bromde: ‘Tis goed meneer, lama zitte en houdoe’.
En toen begon het genaai en nou is het klaar en ik blij.

Troost

Ik was bezig een krachtige bouillon te trekken van vogel kip, gezonde groenten en exotische kruiderijen — nee nog geen zout, dat komt later — toen ik ineens moest denken aan wat ik diverse malen in de toonaangevende kwaliteitskranten had gelezen: kippensoep was het ultieme ‘troost-eten’.
Ik schonk daar toentertijd niet al te veel aandacht aan, verbaasde me hooguit over het feit dat er klaarblijkelijk veel leed was waar ik geen weet van had.
Maar terwijl de keuken en mijn neus zicht vulden met aangename geuren vroeg ik me geschrokken af of ik zonder de minste behoefte aan troost wel kippensoep mocht eten. Gelukkig kan tegenwoordig het Internet antwoord geven op alle vragen, maar ‘Mag ik kippensoep eten zonder troostbehoefte?’ was toch te moeilijk, weliswaar kwamen er tientallen hits maar geen enkele gaf een sluitend antwoord.

Later toen de soep klaar was schepte ik toch maar een geurend kommetje vol want zoals destijds ‘Petje Pitamientje’ in de pindakaasreclame zei: ‘Ik vind het gewoon lekker, stom hè!’

Een drokte van belang

Nee dat is geen tikfout, maar dat zei Malle Pietje altijd. Alles koste in zijn winkeltje altijd op de kop af een golden en niet een gulden. Malle Pietje, de beste vriend van Swiebertje, heette in het echt ook Piet, Piet Ekel en hij rookte sigaren. Let wel, in een kinderprogramma op de televisie en niemand die er iets van zei want al die kersverse Dolle Mina’s rookten zelf ook als schoorstenen: Drum of Samson, een enkele zware van Van Nelle. Daarom waren die tuinbroeken zo populair want die shag en een aansteker pasten prima in die klepzak van die overall.
Dat hele programma was een aanfluiting van de gevestigde orde, ga maar na: het gezag in de figuur van Bromsnor werd constant voor schut gezet door die Swiebertje en de burgermeester als hoofd van de politie lachte erom. Het moest wel verkeerd gaan en dat is ook gebeurd. Nu de lijken opgestapeld liggen in de straten lachen de burgermeesters niet meer; echt niet..

Wat er met het tundeltje gebeurd is vertel ik een andere keer.

Heet