Slaai & Co

Zo, het begint ergens op te lijken. De mini’s staan strak in het gelid en zojuist heb ik gezaaid wat gezaaid kan worden: paksoi, pluksla, radijs en worteltjes.
De wintersla die er al stond heeft er ook duidelijk zin in gekregen en heeft al menig blaadje geofferd op het altaar van mijn onverzadigbare vreetlust.
Volgende week weer nachtvorst maar hier op mijn beschutte balkon heb ik daar geen last van. Halleluja.

Structopaat in tijden van Corona

De losse ‘mandjes’ — makkelijke moestuin mini’s zoals ze officieel heten — zijn voor mijn balkon een zegen. En wel hierom. Omdat het balkon inpandig is en de balustrade van donker rookglas kan ik niks op de vloer zetten en dus had ik een rek gemaakt en daarop potten gevuld met potgrond. Matig succes, alleen pepers en tomaten lukten, maar boontjes, courgettes en aardappelen… janken met de pet op. Afijn dat is allemaal bekend.
Maar vorig jaar met vijf mini’s was het oogsten: snijbonen, worteltjes, sperziebonen, slaai en natuurlijk volop pepers. Dus besloot ik gedurende de wintermaanden om het aantal mini’s uit te breiden tot dertien en dus moest er een rek bijkomen en daar ben ik mee bezig geweest.

Edoch en hier komt de structopaat op het toneel: ik kan er niet tegen als de zijkanten gaan uitzakken, uitstulpen zo u wilt en ik naar een uitgezakte hobbezak moet kijken.
Denken, denken, peinzen, de meest ingewikkelde constructies werden bedacht en verworpen en uiteindelijk bleef er een simpel rekje van dunne latjes over. Ik blij.
En die Corona zegt u, wel die heeft er eigenlijk geen niks mee te maken.

Ho ho… stop!

Volgens de nieuwe richtlijnen mag ik als kwetsende oudere geen bezoek ontvangen. Wat zegt u? Kwetsbare oudere, ja die ook. En de deur mag ik ook niet uit want ik kuch, hoest zelfs af en toe en snotter. Dat doe ik al m’n hele leven maar nu is het verdacht en nee… ik heb geen koorts.
Kortom, tot 1 april moet ik toe zien te komen met wat ik in huis heb en anders maar verhongeren in belang van het lieve vaderland. Ja ik ben gekke Gerretje.
Hopelijk tot 1 april.

Mooie tijden

Dit was nog in de goede oude tijd — vorige week woensdag — toen ik op weg naar Grotezus met de bus vast kwam te zitten in de modder omdat er weer zonodig een rontondetje aangelegd moest worden en de chauffeurmevrouw langs de blijkbaar verkeerde kant van de werkzaamheden probeerde te passeren. Muurvast, gezellig goeie praot meteen en haastige jongelui die te voet verder wilden en een gigantische bui met hagel en donder op hun kop kregen. Afijn, de volgende bus en ik was nog ruim op tijd voor de slok en voortreffelijke hap; maar dat is bekend.

Maar nu is alles anders, hier in Brabant moet iedereen thuis blijven, als het niet anders kan afstand bewaren, geen pootjes geven en als kers op de taart: zeker niet elkaar beklimmen en knuffelen!
De winnaar van de rittenkoers Parijs-Nice, die in afgeslankte vorm verreden wordt, staat eenzaam en alleen wat onzeker te lachen. Geen handjes, geen hotemetoten op het podium en geen kusdames. Ik zit te genieten.
Ben benieuwd wat onze nationale watjes dit weekend gaan doen behalve ieder hondsgezeik kermend op de grond gaan liggen, of ze nu ook elkaar nog steeds en masse bespringen als er ee doelpunt gemaakt is of dat ze nu eindelijk — waar ik al jaren voor pleit — elkaar goedkeurend toeknikken en desnoods bij een heel fraaie goal een goedkeurend duimpje opsteken. Ben benieuwd.

Nou moe

Sneeuw! Bah, ik ben volop bezig met het lenteklaar maken van de balkonkwekerij, de peultjes moeten de grond in en de veldsla. Dan zit ik niet te wachten op sneeuw! Veel te koud, misschien niet voor de peultjes c.s. maar wel voor mij om op een tochtig balkon met temperaturen van amper boven nul met zand te gaan zitten spelen.
En dan dat belachelijke gedoe om een verwoestend virus naar een biermerk te noemen. Ik weiger dan ook om het Corona te noemen, voor mij is het ’t ramonavirus. Dat loop je op als je op een zwaar vervuilend gigantisch ‘kroessjip’ je ouwe dag moet gaan zitten vergallen. Blijf thuis achter de geraniums en dans de tango met moeder de vrouw, moet je eens zien wat er dan gebeurt.
En tegen Floortje als die weer eens zonodig naar het einde van de wereld moet reizen, zou ik willen zeggen: ‘En blijf daar dan ook, ja!’

Kortom het gaat uitstekend met me, druk druk druk.

Mevrouw K mailde

Of ik nog leefde en of het wel goed met me ging. Ja hoor antwoordde ik, maar het is winter en dus hou ik een mini-winterslaap; afijn dat is bekend.
Tevens stuurde ze een foto en daar was ik heel blij mee want daar stond de eetboot uit Gdansk op die een merkwaardige rol speelde in het grote verhaal over de voettocht naar Sint Petersburg, die foto had ik niet; blij dus. Hier het verhaal over die boot:

zondag 28 mei 2006
Ik ben in Gdansk aangekomen en zal daar twee dagen moeten blijven omdat ik een visum voor Kaliningrad nodig heb en pas morgen bij het Russische consulaat terecht kan. Met veel moeite heb ik een betaalbare slaapplaats gevonden in de kelder van een Hostel:

Ik ga vlak bij op een afgemeerde boot, die als restaurant dienst doet iets eten. Uiteraard is de boot aan de havenkant helemaal open, want het is minstens 14 graden nu. Ik neem een tafeltje aan de dichte kant en leg mijn paraplu op een uitstekende rand tegen de muur en dan blijkt het geen muur maar een los zeil te zijn en dus dondert mijn plu in het water. Grote paniek, mijn paraplu, ik kan niet zonder. Gelukkig is ie opgerold en blijft drijven en door dapper optreden van de kok en zijn dochters kan de paraplu gered worden. Uit dank word ik er vaste klant.
Als Mirjam zo’n anderhalve maand later in Gdansk is en op dezelfde boot informeert of ze zich een Nederlander herinneren, die te voet op weg was naar Sint-Petersburg is de reactie: ‘Die van de die paraplu?’ Je ziet hoe makkelijk je beroemd kunt worden.

Lodewijk

Weer of geen weer, maar iedere dag en vaak meerdere keren komt Lodewijk voorbij. Ik weet helemaal niet of hij wel zo heet, maar omdat ik genetisch gemanipuleerd ben door mijn moeder die het ook niet kon laten, geef ik iedereen die me opvalt een bijnaam. En dit is dus Lodewijk.
Altijd, zomer en winter helemaal in het zwart gekleed passeerde hij met bedaarde doch ferme pas mijn raam maar sinds een paar dagen draagt hij in plaats van een zwarte een fel oranje jas. Ik ben helemaal van slag en vraag me af of hier ‘moeten’ in het spel is, want ik zag toevallig een maand of zo geleden toen ik naar mevrouw K liep dat hij een aanleunwoning van het Labrehuis binnenging. Het Labrehuis is afgebroken maar dit tamelijk nieuwe gebouw staat er nog. Dus denk ik dat hier procedures en protocollen aan het werk zijn want een normale gek loopt niet vrijwillig in zo’n oogverscheurende veiligheidsjas. De hoogbejaarde boer die jaren geleden iedere dag rondjes van minstens zes kilometer achter zijn rollator liep moest ook een fluoriderend vestje aan maar verdomde dat vierkant en ten einde raad had de zuster het ding maar in z’n mandje gekieperd, vertelde hij moeizaam — door een beroerte sprak hij slecht — maar met veel gegrinnik.

Overigens gaat het met mij uitstekend, maar er gebeurt hier zo weinig opwindends en heb ik heel Gennep al minstens tienmaal gefotografeerd, dat de frequentie van verslaggeving erg laag is en tot het nieuwe balkontuinseizoen begint ook wel zal blijven.

Hout moet

Ja dat ook, maar ik bedoel natuurlijk houd moed. Want net als ik en ieder welvoelend mens krijgt u vast en zeker ook het dwarsgebakken schompes van dit gore grijze grauwe halfduistere weer.
Maar stilletjes heel voorzichtig worden de dagen al iets langer, vooral savonds en af en toe breekt heel aarzelend de zon door de mist of de laaghangende wolken. Vandaar.

Wintergasten

Hoewel er het hele jaar door wel ergens een koppeltje Canadese ganzen rondscharrelt, komt er ieder jaar een grote groep van wel zo’n veertig ‘wilde’ Canadezen hier de winter doorbrengen. Of het steeds dezelfde groep is weet ik niet en ja natuurlijk heb ik dat gevraagd maar ze geven geen antwoord en die ganzen lijken sprekend op elkaar… of ben ik nou racistisch.Het valt me wel op dat ze steeds minder schuw worden en misschien is het toch dezelfde groep. Gezellig.

Even iets anders: toen ik net terug kwam van meneer Appie zag ik dat het rare bord over rood licht verdwenen was en dat er in de ventweg van gene zijde — of eigenlijk de ventweg van deze zijde bekeken vanuit mijn bed — een anti-auto-verhoging was aangebracht. Ze kunnen er niet in of uit, maar de fietsende mennekes en meidjes wel. Zouden ze ten stadhuize alhier dit blog lezen? Lijkt me sterk.

Ik snap er weer geen reet van

Sinds er naar en niet meer met mensen gecommuniceerd wordt ben ik het spoor volledig bijster. Neem dit bord, voor wie is deze boodschap bedoeld en vooral… wat staat er? Het hangt aan de paal met verkeerslichten voor fietsers dus je zou denken dat die zich aangesproken moeten voelen, maar waar is de laatste oversteek? Logischerwijze is dat de ventweg aan gene zijde maar daar staat helemaal geen verkeerslicht.
Is het bord bestemd voor automobilisten dan geldt hetzelfde als voor de fietsers, er staat nada niks. Moeten voetgangers zich aangesproken voelen, waarom hangt dat bord dan niet aan de paal met voetgangerslicht?
En wat is er zo bijzonder aan dat rood licht bij de laatste oversteek dat een ieder er speciaal op moet letten? Wordt daar een eigentijds blijspel opgevoerd, hangt er hedendaagse moderne conceptuele schuurkunst die je op het verkeerde been zet, of bedoelen de makers van het bord soms het rode licht waar je normaal gesproken als verkeersdeelnemer voor moet stoppen… grote genade kommunikaasie weet je wel.

Boem is nog altijd ho

Het was weer eens tijd voor de kapper en dus in alle vroegte, ongeveer half elf, op pad. Het was lekker fris en mistig maar nou ook weer niet zó mistig. Toen ik linksaf de Aalsterweg op ging kwam er een loeiende ambulance aan en eenmaal om de hoek zag ik een auto in vol gevecht met een harmonicabus. Hoewel het bij nadere inspectie wel erg meeviel en de ziekenauto droop dan ook zwaar teleurgesteld weer af.
Er was een auto uit een uitrit pardoes de weg opgereden terwijl er een bus aankwam. Nou zie je natuurlijk zo’n bus makkelijk over het hoofd vooral als het druk is en heel misschien, je weet maar nooit en het is niet te bewijzen maar toch, zat de bestuurder wel te telefo…..
Dat dacht de kapper ook en omdat er niemand voor mij was kon ik meteen in de stoel gaan zitten. Het is altijd reuze gezellig bij de kapper, de tijd vliegt en na een half uur stond ik weer buiten en daar stonden de bus en de auto ook nog steeds. Niet even die kar terug de inrit opgeduwd en de bus die zo te zien niet veel schade had door laten rijden zodat de passagiers op tijd op de High Tech Campus hun verhaal kwijt konden en weer aan het werk gaan.
Nee, niks daarvan. Eerst de procedures en protocollen afwerken dus ik denk dat de hele handel er nog wel staat want goei werk heeft tijd nodig.