Puntvijftig

Ieder hondsgezeik, met de regelmaat van een baggermolen dus, parkeert een kwalijk individu zijn afstotelijke woonwagen pal voor mijn raam. Dat hij daarmee niet alleen mijn uitzicht maar ook mijn humeur grondig verpest hoeft geen betoog.
De snodaard woont in de Willem Klooslaan aan de verkeerde kant en dat is betaald parkeren, vandaar. Of dat die Kloos is van’ Denkend aan Holland zie ik André van Duin traag door Friese wateren…? Nee dat is niet van Kloos en ook niet van Theo Uden Marsman van de Ramblers maar van de dichter Hendrik Marsman.
Telkens als ik die strontbak zie wil ik met een puntvijftig vanaf mijn balkon het vuur openen. Een puntvijftig is een zware mitrailleur waar ik tijdens mijn diensttijd met veel genoegen in de Harskamp heb geschoten. Zoals alle jongelingen — niet de meiden dus — vanaf hun achttiende levensjaar gekeurd moesten worden en mits geschikt bevonden minimaal een jaar maar meestal veel langer het vaderland mochten dienen. Een ouderwets tussenjaar dus maar dan anders.
Dat deden ze ondermeerdoor over de hei of door de stuifzanden te rennen met zware bepakking en een gevaarlijk schietwapen. Na afloop mocht je alles piekfijn schoonmaken en ter inspectie aanbieden. Als dan zo’n meerdere nog een korreltje zand in de loop van het geweer zag brulde hij opgetogen: ‘Het lijkt de Sahara wel, ik zie de kamelen lopen’! Ja dat was lachen.
Eens in de veertien dagen mocht je het weekend naar huis, als je tenminste de inspectie overleefde, want een knoopje van een kontzak dat ontbrak was voldoende: ‘Je bent naakt man, ga daar in het weekend maar iets aan doen en drie maal daags melden bij de wachtcommandant’. Mooie tijden.

Maar hoe kom ik aan een puntvijftig net affuit en munitie?

Nou moe

Niks wiel, niks ooievaars of -moers, een grote vierkante grijze duiselijke kunststof bak stond er op mijn paal toen ik de gordijnen opende. Ik doe ze maar niet meer dicht.
Uilen, torenvalkje, slechtvalk? Lijkt me sterk zo midden in den herd en toen ik er later omheen liep bleek het ding aan alle kanten dicht.
Brief van de huurbaas opgevist uit de oudpapierdoos en het blijkt bestemd voor gierzwaluwen. Ook nooit gezien hier. Het wachten is nog op de huismuskasten. Spannend.

Sta ik ineens voor paal

Ik word wakker door geluiden die ik niet thuis kan brengen, draai me nog een keer om en sta een uur later toch maar op want ik heb zin in koffie en moet pissen. Als ik even later met een dampende mok in mijn hand de gordijnen openschuif wacht me een verrassing: ik sta voor paal. Een flinke paal staat plotseling midden op het grasveld, het met een dikke lag sneeuw bedekte grasveld, paal te zijn.
Dan schiet me te binnen dat naar aanleiding van een deskundig onderzoek naar de stand van het gevogelte —inclusief vleermuizen — is besloten om overal nestgelegenheid aan te brengen voor oa mussen die ik hier in de afgelopen twintig jaar nog nooit gezien heb, maar ik ben dan ook geen doorgeleerde deskundige.

Ja, ik leef nog maar op een zacht pitje, een soort winterslaap. Er gebeurt hier nagenoeg niks dat de moeite van het vermelden waard is of het zou moeten zijn dat ik erg gelukkig ben met de lock down (alles wat met het virus te maken heeft moet bijkbaar in het Engels naar ons toe gecommuniceerd worden) getest en negatief bevonden, m’n eerste ouwe-lullen-prik erin gejast is en vergeten ben om te kijken of ik bijwerkingen had en voor de rest intens tevreden de wereld aanschouwd heb. Vandaar.

Toch benieuwd wat er boven op die paal komt, een wiel voor een ooievaarsnest? Lijkt me leuk.

Zegt U?

Hoe ik in een tijd dat alle kappers gesloten zijn, gelockdownd zeg maar, van mijn overtollig haar ben bevrijd? Nou gewoon, zoals sommige mensen in één nacht grijs kunnen worden werd ik in een paar uur bijna kaal.

Erg hè.

Ik heb zijn naam ijdel gebruikt

Maar ik had er getverdegetver reden voor! Wat wil het geval, ik kreeg bericht, jawel, van meneer Appel zelf, jawel, dat er een update beschikbaar was en dankzij die updinges zou ik voortaan met mijn aaiFoon foto’s kunnen maken in raw. Het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets maar dat betekent dat de kwaliteit van de plaatjes tot duizelingwekkende hoogtes opgeschroefd kan worden.
Ik blij en meteen alles ingesteld zoals vereist was. Knip knip nog meer knipperdeknip en wat ik ook probeerde geen raw. Ik herhaal ‘gin rauw.’

Allemaal een zalig kerstfeest, dito nieuw jaar en een voorspoedige lock down.
Is dat down hier ook een net woord voor mongool of heb ik het weer eens helemaal mis?

Haarleed

Ik ben kapperloos sinds mijn vaste haarsnijder met pensioen is. Ik gun het hem van harte maar even zo vrolijk zit ik zonder en groeit het haar me letterlijk boven het hoofd. Ik moet gesnoeid worden en drastisch.
Goegelen dan maar en bijna pal naast de pillenautomaat blijkt een herenkapper te zitten: Al Yas geheten met niets dan lovende recensies. Dus toen ik gisteren een smsje kreeg dat mijn pillen in de witte automaat klaar lagen belde ik Al Yas of ik om half twee geknipt kon worden. Dat kon.
Klokslag half twee stapte ik binnen in een ruime moderne en smaakvol ingerichte knipruimte. Drie kappersstoelen telde ik en in een ervan hing overdwars een verveelde schermkijker, in een hoek zat een ander geboeid naar zijn telefoon te staren en verder was het leeg, geen nijver geklik van scharen sterker nog geen kapper te zien. Niemand schonk enige aandacht aan me en ik stond wat onwennig rond te lijken toen er uit een half geopende deur een man kwam die op een hoek wees en zei dat ik daar maar moest gaan zitten. Daar zat ik dan en luisterde naar tamelijk luide eentonige arabische klaagmuziek of liever jankherrie want ik werd er behoorlijk depressief van. Het was duidelijk dat als het al een kapperszaak was — want er was nog steeds geen barbier te bespeuren — het hele gebeuren ook een huiskamerfunctie had want ondertussen was er weer iemand binnengekomen die een kop koffie tapte en weer verdween. Prima toch, maar niet voor mij.
Na een kwartier had ik er genoeg van en trok m’n jas maar weer aan en omdat die actie ook geen kapper te voorschijn toverde opende ik de deur om die aan de buitenkant resoluut en voorgoed wat mij betreft te sluiten.

Pillen trekken en naar huis met nog steeds een warboel op m’n kop en dus thuis nog maar eens goegelen op herenkappers en toen viel tussen het enorme aanbod mijn oog op: Stationskapper! Bingo want dat was blijkens de recensies een ouderwetse kapper die snel en bekwaam zijn werk deed, waar je geen afspraak kon maken en met een kapper die weet wanneer hij over PSV moet ouwehoeren en wanneer hij zijn kop moet houden. En het mooiste van alles: de haltes van begin- en eindpunt liggen voor de respectievelijke voordeuren en er gaat ieder kwartier een bus; kan het mooier.

Net voor de bui binnen

Niet dat ik buiten was. Ik kwam uit de berging en zag in het trappenhuis deze fraaie zonne-uitbarsting tegen de zwarte lucht terwijl de eerste loodzware druppels tegen het raam ketsten en klik zei mijn klak. Of liever zwoeizz zei m’n aaiFoon. Wat ik in de berging te zoeken had, wel daar zet Egbert de stapels antidepressiva en in het kader van ‘we moeten meer bewegen’ van de deskundige kruidenvrouwtjes haal ik daar ieder dag drie flesjes iepeevee een hele krat tegelijk. Ben ik toch lekker bezig en in beweging.

Waar blijven jullie nou

Een paar dagen geleden zag ik bij de Jumbo een vogelvoederding en dacht: ‘Ha, da’s iets voor mijn gevederde vrienden, daar kan ik ze mee lokken en dan heimelijk bespieden en foto’s maken. Is weer eens wat anders dan dan…
Gauw naar huis en meteen helemaal vrij opgehangen zodat katten geen kans maken — als die mij zien weten ze al meteen hoe het haasje hoest — en tevens een riant drink/badderbad ingericht en toen maar wachten, camera in de aanslag ik durfde amper een plas te doen. Maar alles wat er kwam, geen vogeltjes; niks niet eens een ekster of kauw en daar stikt hier van.

Ik moest meteen weer aan wijlen Sjef van Oekel denken die zijn teer beminde Gé Braadslee altijd liefkozend mijn konijntje noemde, behalve als ie kwaad op haar was dan was het ‘Rot konijn!’ Zover ga ik (nog) niet om m’n gevederde vriendjes uit te schelden voor rot vogels, maar schiet wel op, ja!

Ho gnak of toch niet

Mijn roggemeel was op en zonder brood geen speelen dat wisten de oude Romeinen al. De nieuwe Romeinen zijn dat vergeten — geen fatsoenlijk brood te krijgen, geen weg — dus die spelen alleen nog maar, denk ik.
Maar ik dwaal weer af en dus stapte ik uit m’n stoeipakje in het reguliere uitgaanstenue om me onder de mensen te begeven… brrr. Bij de molen was het gelukkig rustig en de aardige molenaarsvrouw, voor de gelegenheid met spatscherm toegerust wist het al: rogge zeker.
Op de terugweg viel mijn oog op de fraaie lucht boven het totaal vernieuwde uiterlijk van het inmiddels overbekende tundeltje en dus greep ik mijn spiksplinternieuwe aaiFoon want die heeft drie camera’s. Jawel, niet drie lenzen maar drie camera’s. Groothoek, zeg maar breedbeeld aangeklikt en vervolgens de ontspanknop. Thuis de foto middels ‘airdrop’ overgeseind naar de Mac en daar de foto een beetje opgebutst: rechtgezet, scheve lantaarnpaal die erg nadrukkelijk op de voorgrond scheef stond te zijn weggehaald en de kleuren, sombere kleuren met dit weer omgezet naar zwart wit; da’s alles. Was ik ontroerd, ho gnak zeg maar… ja en nee. Het geheel oogt netjes prima zelfs maar de scherpte vink nie mooi, te hard. Kijk zelf maar.
Wat zegt? Het ding is bedoeld om mee te bellen zegt u maar ik hou niet van bellen.

Winterklaar maken

Bij het korten van de dagen en het dalen van de temperatuur dacht ik dat het tijd werd om de kamer maar weer eens winterklaar te maken. Maar in plaats van de afscheiding die de kamer in tweeën deelde in volle eer en glorie te herstellen koos ik er voor om die radicaal te verwijderen en lekkere dikke overgordijnen van het plafond tot op de grond te installeren samen met paneelgordijnen als dubbele laag. Zo te zien zaten er al pluggen op de juiste plaats in het plafond
De rail van de tussenwand kon daar probleemloos voor gebruikt worden en dus waren er alleen nieuwe gordijnen nodig. en dus gezellig met mevrouw K naar de iKea.

Afijn, natuurlijk zat er een plug te weinig in het plafon en kwam ik er met mijn klopboor niet in en werd er een klusjesman gebeld die binnen 20 seconden klaar was, hielp met het ophangen van de rail en toen ik vroeg wat ikhem verschuldigd was bromde: ‘Tis goed meneer, lama zitte en houdoe’.
En toen begon het genaai en nou is het klaar en ik blij.

Troost

Ik was bezig een krachtige bouillon te trekken van vogel kip, gezonde groenten en exotische kruiderijen — nee nog geen zout, dat komt later — toen ik ineens moest denken aan wat ik diverse malen in de toonaangevende kwaliteitskranten had gelezen: kippensoep was het ultieme ‘troost-eten’.
Ik schonk daar toentertijd niet al te veel aandacht aan, verbaasde me hooguit over het feit dat er klaarblijkelijk veel leed was waar ik geen weet van had.
Maar terwijl de keuken en mijn neus zicht vulden met aangename geuren vroeg ik me geschrokken af of ik zonder de minste behoefte aan troost wel kippensoep mocht eten. Gelukkig kan tegenwoordig het Internet antwoord geven op alle vragen, maar ‘Mag ik kippensoep eten zonder troostbehoefte?’ was toch te moeilijk, weliswaar kwamen er tientallen hits maar geen enkele gaf een sluitend antwoord.

Later toen de soep klaar was schepte ik toch maar een geurend kommetje vol want zoals destijds ‘Petje Pitamientje’ in de pindakaasreclame zei: ‘Ik vind het gewoon lekker, stom hè!’