Woensdag 16 juni 2010
NAAR WARSCHAU
Vandaag vertrek ik richting Karpaten. Ik heb een kamer geboekt in hotel Polonia in Rzeszów en daar moet ik morgen kunnen zijn. Eerst met de intercity naar Utrecht, aansluitend de slaaptrein naar Warschau en daar moet ik dan een kaartje kopen naar Rzeszów. Dat ging niet bij NS Internationaal, nee ik mocht blij zijn dat ze me een kaartje naar Warschau konden leveren, wat dacht ik wel! Nou ik dacht dat ik aan het loket 'Internationaal' stond en … laat maar.
Omdat er weer eens een wisselstoring is tussen Den Bosch en Utrecht neem ik een trein eerder en kom inderdaad op tijd in Utrecht aan.
Als de internationale trein Amsterdam-Moskou binnenrolt zie ik dat 'mijn' rijtuig er niet tussen zit en er niemand in de buurt is die inlichtingen kan geven. Ik stap toch maar in als het vertrekfluitje kinkt en zie in het halletje meer mensen die overduidelijk ook op zoek zijn naar rijtuig 178. Er is een klein hokje waar een man met een pet op zit, maar die begint meteen te wuiven en iets onverstaanbaars te roepen als ik om inlichtingen wil vragen; een Rus dus!
Afijn, ik vind een Duits sprekende conducteur en die wijst mij mijn alternatieve coupe, die echter voor zes personen is terwijl ik een vierpersoons geboekt heb. Hij kijkt op zijn lijst en vertelt me dat ik tot Warschau de hele coupe voor me alleen heb; da's dan weer boffen.
In het gangpad staan de andere reizigers van 178, die minder geluk hebben en met zessen een coupe moeten delen. Met een van hen, een Poolse mevrouw die al ruim dertig jaar in Nederland woont, raak ik in gesprek en nodig haar uit 'om bij mij in te trekken'.
We babbelen wat en slapen wat en ondertussen rolt de trein door de nacht verder oostwaarts; af en toe is er een oponthoud als er van locomotief gewisseld moet worden.
Donderdag 17 juni 2010
WARSCHAU NAAR
RZESZÓW
Het is inmiddels donderdag en tegen elven arriveert de trein in Warschau, te laat, maar ik heb de tijd en ga op zoek naar een kaartje. Dan volgt er een Kafkaiaanse zoektocht door een donker en vuil station; ik vind een loketje en toon het briefje waarop ik thuis in het Pools de vraag om een enkeltje naar Rzeszów heb uitgeprint. Half zes pas gaat er een trein schrijft de juffrouw op mijn papiertje; ik zeg in het Engels dat er een trein om één uur gaat, dan blijkt er een om half twaalf te gaan op spoor 3 en die kan ik nog halen. Ik vind spoor drie en uiteraard staat daar niets, nada, helemaal niks aangegeven. Niemand spreekt Engels en mijn trein komt niet! Ik spreek weer iemand aan en die spreekt gelukkig wel Engels, hij zegt dat mij zal helpen maar eerst zijn zoon wegbrengt; wacht hier maar. Even later komt hij inderdaad terug en dan loopt hij met me het hele - gigantische uit meerdere verdiepingen bestaande - station door op zoek naar inlichtingen. Uiteindelijk blijkt dat mij een verkeerd kaartje is verkocht en dat er wel degelijk om één uur een trein naar Rzeszów - overstappen in Krakau - gaat. Ook blijkt dat er meerdere vervoersbedrijven kaartjes verkopen (nondeju, de vrije markt, ook daar al) en dat ik mijn kaartje moet omruilen, maar waar heb ik het gekocht? Na twee keer mis, vinden we het juiste loket en het lukt hem om een nieuw kaartje te krijgen dat ook nog eens 10 zloty goedkoper is. Puf!
Ik nodig hem uitermate dankbaar uit om iets te drinken, maar hij moet terug naar zijn werk, dus kan ik hem alleen maar hartelijk bedanken voor zijn onschatbare hulp. En ik constateer weer eens dat er ondanks de 'platte petten' en de 'spreadsheetboys' altijd, waar dan ook, aardige mensen zijn.
Hij heeft me nog gewaarschuwd dat het niet zeker is dat het echt spoor 3 zal zijn, dus ik loop redelijk zenuwachtig boven bij de trappen naar de perrons op en neer, maar tegen enen komt er op spoor 3 een trein binnen en floept er op een bord Krakau aan. Ik ren naar de beneden het perron op en vind zowaar een zitplaats. De trein zit mudvol - een hoop mensen moeten staan - en is heet en benauwd, maar ik ben op de goeie weg. De man tegenover mij pakt een boek uit zijn tas en begint te lezen en dan is het toch raar om een Nederlandse titel te zien. Het is inderdaad een Nederlander, die al een aantal jaren in Krakau werkt en hij informeert voor mij bij de conducteur wanneer en vanaf welk spoor de trein naar Rzeszów vertrekt.
Ruim 3 uur later zijn we in Krakau, dat gelukkig daglicht kent en informatieborden. Maar op het aangegeven perron gebeurt niks en ik maak me al weer een beetje zorgen; dan wordt er iets omgeroepen en iedereen begint te rennen. Een man roept naar mij: Rzeszów en wenkt; ik ren mee en kom in de goeie trein terecht, die licht en koel en niet druk is. Hè, hè.
Tegen 7 uur loop ik hotel Polonia binnen, dat inderdaad pal tegenover het station ligt; inchecken, douchen - daar was ik wel aan toe - en opgeruimd daal ik af naar de bar om mijn dagboek bij te werken en een welverdiend pilsje te verschalken. Mooi niet dus. Er mag geen drank geschonken worden: ik zit in een cafe zonder bier! Mijn verbouwereerde gezicht ontlokt wel een lach, een hoop begrip, maar verder niks, want er is een nieuwe wet … in Polen. Op straat kan ik als een junk in een stalletje bier scoren en op mijn kamer stiekem opdrinken, maar ik ben zo moe dat ik na amper één flesje mijn bed induik en als een blok in slaap val.
Vrijdag 18 juni 2010
RZESZÓW NAAR KOMAŃCZA
Ik heb prima geslapen en ga maar weer eens naar de bar, waar ik wel iets te eten kan krijgen en koffie. De bar zit weliswaar in het zelfde gebouw als het hotel, maar is zelfstandig en ik moet voor het ontbijt een bonnetje halen bij de receptie. Uiteraard spreekt de dame in de bar geen Engels en staat op de grote borden boven de toonbank het menu alleen in het Pools - ik ben weer in Polen, gezellig - maar met handen en voeten en veel vriendelijk lachen krijg ik toch een prima ontbijt en lekkere koffie.
Mijn bus vertrekt pas om half drie, maar ik mag zolang mijn rugzak in de receptie achterlaten en ga eerst maar eens het busstation bekijken. Dat is inderdaad vlakbij en ik koop meteen maar een kaartje naar Komańcza; dat blijkt later een wijs besluit, want als de bus arriveert mag er meteen in en kan een mooi plaatsje voorin bemachtigen.
Eerst maar eens Rzeszów bekijken en dat blijkt een mooie stad te zijn; ik kom uit op een prachtig plein met volop faciliteiten en nog gezellig ook. Na een verfrissing loop ik wat rond en vind een internetcafé waar ik weer eens het gevecht aanga met Windows en een Pools toetsenbord. Uiteindelijk win ik en weet iedereen thuis waar ik uithang.
Ik eet nog wat en dan is het tijd voor de bus, die is van Veolia en van - schat ik - voor de tweede wereldoorlog, van Russische makelij met een ongesynchroniseerde versnellingsbak zodat de chauffeur lekker kan klutsen. Dat weerhoudt de chauffeur er niet van om idioot hard te scheuren over de smalle wegen vol kuilen. Maar er hangt voor het raam niet alleen een rozenkrans, nog een kruis maar ook een foto van de vorige Poolse paus; ons kan niks gebeuren.
En daar gaan we voor een rit van 3 uur en 18 minuten. Ik zit lekker alleen op de eerste bank en heb vol uitzicht op de weg, maar na ongeveer een uur stapt er een oude vrouw in en oude vrouwen, dat weet iedereen willen ook op de eerste bank zitten, dus neem ik de rugzak maar op schoot. Best een aardige vrouw en bij het passeren van kerken en dat zijn er een hoop slaat ze vroom een kruisje. Ik vertel zo goed en zo kwaad als het gaat dat ik uit Nederland kom en op weg ben naar Komańcza en aan haar gezicht zie ik dat ze zich niet voor kan stellen dat er iemand naar Komańcza wil.
Halverwege wordt er van chauffeur gewisseld en is er gelegenheid om te pissen, waar ik dankbaar gebruik van maak en dan gaat het weer verder. De nieuwe chauffeur scheurt niet als een idioot, maar als een volslagen krankzinnige; afijn we komen ruim op tijd in Komańcza en op aanraden van de chauffeur en de oude dame stap ik bij Komańcza Letnisko uit, want dat doet iedereen.
Ik wuif ze hartelijk na en zie meteen een groot bord met een bed, een mes en vork en een pijl linksaf. En inderdaad na anderhalve km kom ik bij een houten chalet-achtig gebouw van de PTTK. Ze zijn open, hebben een prachtige kamer, nieuwe soorten uitstekend bier en ook nog te eten.
Na het verplicht bijwerken van het dagboek en bijbehorend innemen bestel ik iets te eten; ik heb best honger. Als ik aan een voortreffelijke borsj bezig ben komen er een paar tieners de trap af, die de tv keihard aanzetten en dan iets anders gaan doen; zucht. Het hoofdgerecht eet ik buiten op de veranda op en ga daarna uitermate voldaan lekker maffen.
