Verrek, kijk nou eens

Een bloemetje aan een mini-mini komkommertje! Dat is snel want de hele plant staat, na binnen te zijn opgekweekt nog geen week buiten. En tegen de voorschriften in heb ik hem of haar maar één dag laten wennen. Tis een klimkommer Iznik genaamd, waar kleine vruchten aankomen; precies goed dus.
De peultjes smaakten goddelijk en ik hoop op een overvloedige oogst. De paksoi smaakte nergens naar en begon al door te schieten. Ook de bieten doen het slecht maar het is nog vroeg. Dus de vingers gekruist.

Wie zaait zal oogsten

Inderdaad, de oogsttijd is begonnen. Niet dat alles wat ik gezaaid heb meteen een doorslaand succes was, zeker niet. De bieten doen moeilijk en met de snijbiet ben ik al twee keer opnieuw begonnen en de peterselie heeft ook bar weinig zin om uitbundig te keer te gaan.
Maar de paksoi en de peultjes kunnen de pan in. Dat wordt smullen.

Ja, ik leef nog maar door al dat gedoe met dat virus en thuis zitten en niks doen doe ik nog veeel meer niks. Vandaar.

Verheugt u nondeju met mij

Ik was de wanhoop nabij. En wel hierom: sinds de kroontjeskrisis zijn alle ontbijtcafees, smikkelhoeken en lunchlokatsies gesloten en dreigt een groot deel van de mensheid te verhongeren. Bovendien verveelden ze zicht te pletter en herinnerden zich nog net op tijd — fors geholpen door de suïcidale media — dat ze ook nog bejaarde ouders, opaas en omaas hadden waar ze eerder met geen stok naar toe te slaan waren. Dus gingen ze videobellen, lieve teksten op de stoep kalken en hoorden van die bejaarden dat je zèlf ook koekjes en zoete broodjes kunt bakken en dat dat leuk is. Gevolg: overal maar dan ook overal waren eieren, bloem en gist uitverkocht! En pleepapier maar het verband ontgaat me.

Daar zat ik als thuisbakker. Ik had nog meel voor drie broden en twee zakjes gist en de molen was gesloten vanwege dat hoerige virus, hetgeen ik kan billijken. Ten einde raad keek ik toch maar weer eens op de site van de molen en toen bleek dat de sluiting nog alleen voor de zondag gold.
Met een bonzend hart vol ongeloof liep ik naar de molen en verdomd al van verre zag ik het waterrad draaien. De deur was dicht maar het bovenste deel was een loket geworden met plexiglas spatscherm en daar stond de molenaarsvrouw breed lachend de klanten te helpen en ik was meteen aan de beurt en kocht wat ik nodige had — nee niet meer, zo ben ik niet — en rekende contactloos af met de banken-app op mijn aaiFoon en keerde luid zingend zonder dat iemand het hoorde terug naar huis.

Een soort zeg maar opklapbed maar dan duidelijk anders

Ik kwam plaats te kort en had nog wat stukken hout over. En ja wat doe ik dan, dan ga ik creatief met hout zitten zijn en knutsel een soort opklapbed in elkaar dat niet meer kan inklappen. En voilà… plaats genoeg.
Of er nog plek over is om een stoel neer te zetten om lekker op het balkon te zitten? Nee natuurlijk niet, ik ben geen toerist!

Slaai & Co

Zo, het begint ergens op te lijken. De mini’s staan strak in het gelid en zojuist heb ik gezaaid wat gezaaid kan worden: paksoi, pluksla, radijs en worteltjes.
De wintersla die er al stond heeft er ook duidelijk zin in gekregen en heeft al menig blaadje geofferd op het altaar van mijn onverzadigbare vreetlust.
Volgende week weer nachtvorst maar hier op mijn beschutte balkon heb ik daar geen last van. Halleluja.

Structopaat in tijden van Corona

De losse ‘mandjes’ — makkelijke moestuin mini’s zoals ze officieel heten — zijn voor mijn balkon een zegen. En wel hierom. Omdat het balkon inpandig is en de balustrade van donker rookglas kan ik niks op de vloer zetten en dus had ik een rek gemaakt en daarop potten gevuld met potgrond. Matig succes, alleen pepers en tomaten lukten, maar boontjes, courgettes en aardappelen… janken met de pet op. Afijn dat is allemaal bekend.
Maar vorig jaar met vijf mini’s was het oogsten: snijbonen, worteltjes, sperziebonen, slaai en natuurlijk volop pepers. Dus besloot ik gedurende de wintermaanden om het aantal mini’s uit te breiden tot dertien en dus moest er een rek bijkomen en daar ben ik mee bezig geweest.

Edoch en hier komt de structopaat op het toneel: ik kan er niet tegen als de zijkanten gaan uitzakken, uitstulpen zo u wilt en ik naar een uitgezakte hobbezak moet kijken.
Denken, denken, peinzen, de meest ingewikkelde constructies werden bedacht en verworpen en uiteindelijk bleef er een simpel rekje van dunne latjes over. Ik blij.
En die Corona zegt u, wel die heeft er eigenlijk geen niks mee te maken.

Ho ho… stop!

Volgens de nieuwe richtlijnen mag ik als kwetsende oudere geen bezoek ontvangen. Wat zegt u? Kwetsbare oudere, ja die ook. En de deur mag ik ook niet uit want ik kuch, hoest zelfs af en toe en snotter. Dat doe ik al m’n hele leven maar nu is het verdacht en nee… ik heb geen koorts.
Kortom, tot 1 april moet ik toe zien te komen met wat ik in huis heb en anders maar verhongeren in belang van het lieve vaderland. Ja ik ben gekke Gerretje.
Hopelijk tot 1 april.

Mooie tijden

Dit was nog in de goede oude tijd — vorige week woensdag — toen ik op weg naar Grotezus met de bus vast kwam te zitten in de modder omdat er weer zonodig een rontondetje aangelegd moest worden en de chauffeurmevrouw langs de blijkbaar verkeerde kant van de werkzaamheden probeerde te passeren. Muurvast, gezellig goeie praot meteen en haastige jongelui die te voet verder wilden en een gigantische bui met hagel en donder op hun kop kregen. Afijn, de volgende bus en ik was nog ruim op tijd voor de slok en voortreffelijke hap; maar dat is bekend.

Maar nu is alles anders, hier in Brabant moet iedereen thuis blijven, als het niet anders kan afstand bewaren, geen pootjes geven en als kers op de taart: zeker niet elkaar beklimmen en knuffelen!
De winnaar van de rittenkoers Parijs-Nice, die in afgeslankte vorm verreden wordt, staat eenzaam en alleen wat onzeker te lachen. Geen handjes, geen hotemetoten op het podium en geen kusdames. Ik zit te genieten.
Ben benieuwd wat onze nationale watjes dit weekend gaan doen behalve ieder hondsgezeik kermend op de grond gaan liggen, of ze nu ook elkaar nog steeds en masse bespringen als er ee doelpunt gemaakt is of dat ze nu eindelijk — waar ik al jaren voor pleit — elkaar goedkeurend toeknikken en desnoods bij een heel fraaie goal een goedkeurend duimpje opsteken. Ben benieuwd.

Nou moe

Sneeuw! Bah, ik ben volop bezig met het lenteklaar maken van de balkonkwekerij, de peultjes moeten de grond in en de veldsla. Dan zit ik niet te wachten op sneeuw! Veel te koud, misschien niet voor de peultjes c.s. maar wel voor mij om op een tochtig balkon met temperaturen van amper boven nul met zand te gaan zitten spelen.
En dan dat belachelijke gedoe om een verwoestend virus naar een biermerk te noemen. Ik weiger dan ook om het Corona te noemen, voor mij is het ’t ramonavirus. Dat loop je op als je op een zwaar vervuilend gigantisch ‘kroessjip’ je ouwe dag moet gaan zitten vergallen. Blijf thuis achter de geraniums en dans de tango met moeder de vrouw, moet je eens zien wat er dan gebeurt.
En tegen Floortje als die weer eens zonodig naar het einde van de wereld moet reizen, zou ik willen zeggen: ‘En blijf daar dan ook, ja!’

Kortom het gaat uitstekend met me, druk druk druk.

Mevrouw K mailde

Of ik nog leefde en of het wel goed met me ging. Ja hoor antwoordde ik, maar het is winter en dus hou ik een mini-winterslaap; afijn dat is bekend.
Tevens stuurde ze een foto en daar was ik heel blij mee want daar stond de eetboot uit Gdansk op die een merkwaardige rol speelde in het grote verhaal over de voettocht naar Sint Petersburg, die foto had ik niet; blij dus. Hier het verhaal over die boot:

zondag 28 mei 2006
Ik ben in Gdansk aangekomen en zal daar twee dagen moeten blijven omdat ik een visum voor Kaliningrad nodig heb en pas morgen bij het Russische consulaat terecht kan. Met veel moeite heb ik een betaalbare slaapplaats gevonden in de kelder van een Hostel:

Ik ga vlak bij op een afgemeerde boot, die als restaurant dienst doet iets eten. Uiteraard is de boot aan de havenkant helemaal open, want het is minstens 14 graden nu. Ik neem een tafeltje aan de dichte kant en leg mijn paraplu op een uitstekende rand tegen de muur en dan blijkt het geen muur maar een los zeil te zijn en dus dondert mijn plu in het water. Grote paniek, mijn paraplu, ik kan niet zonder. Gelukkig is ie opgerold en blijft drijven en door dapper optreden van de kok en zijn dochters kan de paraplu gered worden. Uit dank word ik er vaste klant.
Als Mirjam zo’n anderhalve maand later in Gdansk is en op dezelfde boot informeert of ze zich een Nederlander herinneren, die te voet op weg was naar Sint-Petersburg is de reactie: ‘Die van de die paraplu?’ Je ziet hoe makkelijk je beroemd kunt worden.

Lodewijk

Weer of geen weer, maar iedere dag en vaak meerdere keren komt Lodewijk voorbij. Ik weet helemaal niet of hij wel zo heet, maar omdat ik genetisch gemanipuleerd ben door mijn moeder die het ook niet kon laten, geef ik iedereen die me opvalt een bijnaam. En dit is dus Lodewijk.
Altijd, zomer en winter helemaal in het zwart gekleed passeerde hij met bedaarde doch ferme pas mijn raam maar sinds een paar dagen draagt hij in plaats van een zwarte een fel oranje jas. Ik ben helemaal van slag en vraag me af of hier ‘moeten’ in het spel is, want ik zag toevallig een maand of zo geleden toen ik naar mevrouw K liep dat hij een aanleunwoning van het Labrehuis binnenging. Het Labrehuis is afgebroken maar dit tamelijk nieuwe gebouw staat er nog. Dus denk ik dat hier procedures en protocollen aan het werk zijn want een normale gek loopt niet vrijwillig in zo’n oogverscheurende veiligheidsjas. De hoogbejaarde boer die jaren geleden iedere dag rondjes van minstens zes kilometer achter zijn rollator liep moest ook een fluoriderend vestje aan maar verdomde dat vierkant en ten einde raad had de zuster het ding maar in z’n mandje gekieperd, vertelde hij moeizaam — door een beroerte sprak hij slecht — maar met veel gegrinnik.

Overigens gaat het met mij uitstekend, maar er gebeurt hier zo weinig opwindends en heb ik heel Gennep al minstens tienmaal gefotografeerd, dat de frequentie van verslaggeving erg laag is en tot het nieuwe balkontuinseizoen begint ook wel zal blijven.

Hout moet

Ja dat ook, maar ik bedoel natuurlijk houd moed. Want net als ik en ieder welvoelend mens krijgt u vast en zeker ook het dwarsgebakken schompes van dit gore grijze grauwe halfduistere weer.
Maar stilletjes heel voorzichtig worden de dagen al iets langer, vooral savonds en af en toe breekt heel aarzelend de zon door de mist of de laaghangende wolken. Vandaar.