Met z’n blote poten op het kouwe ijs

Ruim acht graden gevroren vannacht dus ik was benieuwd. De Dommel was uiteraard nog ijsvrij maar het drijvend pluimvee had toch wel het beschutte stuk water tussen de stuw en de molen opgezocht, waar de meerkoetjes de lente al in de kop hadden en een ware orgie organiseerden.
De paddenpoel lag wel dicht en de lage zon weerkaatste fel op het ijs en terwijl ik daar stond te knipperen met m’n ogen en te knippen met de camera zag ik iets raars. Vlakbij, nog geen drie meter van me vandaan stond een donkere schaduw, een struik, een bos riet, nee een reiger.
Doodstil met ingetrokken kop stond ie op het ijs en trok zich van mij of mijn camera niks aan. Een paar jaar terug waren ze nog behoorlijk schuw en snel op de wieken als je je armen op ooghoogte bracht. Rare vogel.

De zandvang

Sinds iedereen, dus ook vrachtwagenchauffeurs, een mobieltje met GPS heeft, plus bijdehante kaartenapps zodat iedereen ten allen tijde precies kan zien waar iets of iemand is en automatisch de kortste weg naar het begeerde doel voorgetoverd krijgt, zie ik steeds vaker bordjes met ‘-> werkverkeer Neos’ of ‘werkverkeer De Vleut <-‘.
Die Vleut wekte mijn nieuwsgierigheid en dus op een mooie zonnige dag op pad en ik kwam uit bij de zandvang in de Tongelreep.
Dat die zandvang tegenwoordig een naam heeft wist ik niet, maar ik heb wel eens ergens gelezen in een echt boek dat in straten en oorden die geen naam hebben het vreselijk kan spoken… vandaar dus waarschijnlijk misschien.
Op de achtergrond ligt het pre-historisch dorp met prominent boven alles uit de middeleeuwse herberg. Ja dat kan. Het begon toen een groep enthousiaste vrijwilligers op een stukje grond waar de gemeente nog geen plannen mee had, een reconstructie van een boerderij uit de ijzertijd bouwden, iedereen deed mee en iedereen liep in en uit.
Maar ja, er kwam een begeleider die subsidie ritselde en binnen de kortste keren kwamen er gebieds- en crisismanagers en worden er leuke dingen georganiseerd, kun je er vreten en zuipen, is er wifi in de herberg en is het geheel hermetisch afgesloten met echte romeinse palissaden en betaal je een geducht bedrag om binnen te geraken.

De hippieboer boert best

Een nieuwe stal in aanbouw en geen kleintje ook. Een open stal voor de koei denk ik en nee ik ben het niet gaan vragen. Op zaterdag met mooi weer zeker. Een vlugge foto van een veilige afstand durfde ik nog net.
Ookéeee, Jan-Diederik en z’n moeder kom je op zaterdag niet tegen, maar wel Jan-Diederik en z’n vader…en die moet zich dan ook een keer uitsloven.
Afijn, ik ben weer veilig thuis.

Vogel kip is weer de sjaak

Honderden wetenschappers zijn na drie honderd jaar intensief studeren tot de conclusie gekomen dat als we de wereld willen redden er geen vlees meer op ons bordje mag komen, behalve… let op, jawel, het vlees van vogel kip… vogel kip was en is alweer de sjaak.
Net als het ezeltje. Je kunt niet naar een documentaire over een binnenste binnenland kijken of je ziet die arme ezeltjes met hun dunne pootjes enorme lasten berg op en berg af sjouwen en negen van de tien keer zit er op dat arme beest ook nog zo’n dikke troelo of troela die kennelijk het plaatselijk alom bekende supergezonde mediterrane dieet niet volgt. En ezeltjes kunnen toch al zo droevig kijken.

Over de foto. Ja ik weet dat dit geen kip is in de strikte zin van het woord, maar ik kon geen foto vinden van vogel kip en wel van ’n ander stuk pluimvee namelijk een fazant, samen met koeden van de hippieboer en die koei mogen dus niet meer.

Wenskijken en wifi

Door dat voortdurende grijze weer ga ik rare kleuren zien en dat komt omdat de wens de moeder van de porseleinkast is en de vader van het verdronken kalf. Of zoiets.
Maar nu even iets totaal anders. Een paar dagen geleden kreeg ik een mailtje van mijn internet/televisie aanbieder, wiens naam ik niet zal noemen omdat het Ziggo is, vol goede raadtips om de wifi te verbeteren. Maar dat dat had ik lang geleden allemaal al gedaan en toch had ik een downloadsnelheid van amper 20 terwijl ik voor 200 betaalde.
Dat mailde ik dus terug en prompt kreeg ik het aanbod om een monteur langs te sturen en na een paar keer slikken van diepe ontroering zei ik ‘ja’. Dus gisteren kwam de mantjor zoals de Russen hem noemen en na een uurtje knutselen — nieuw aansluitkastje, dito kabel — en instellingen wijzigen zat ik plotseling op ruim 140. Dolle pret.

Tussen de buien door is het nat

Maar er is nog steeds niet genoeg gevallen om de droogte van de afgelopen zomer te compenseren.
Even zo vrolijk word ik er niet… inderdaad. Vooral dat grijze en donkere weer maakt mijn verlangen naar een heldere warme zomer alleen maar groter.
Daardoor smeed ik weer woeste plannen om mijn balkon voor eens en voor altijd om te toveren in een waarachtige lusthof vol smakelijke planten. Gebraden duiven hoeven er niet rond te vliegen maar eindelijk een overvloedige bonenoogst is wel het minste.
Ik heb goede hoop want het afgelopen jaar heb ik al rijke oogsten gehad van onder andere pepers — loeiheet lekker — en weelderige kruiden zoals salie — onmisbaar in bonenschotels — en peterselie waar ik nu nog van oogst.
En m’n lavendel heeft gebloeid alsof ie niks anders te doen had en volop bijtjes gelokt die dan plichtsgetrouw ook de eetbare planten een beurt gaven.
Ik heb er weer echt zin in.

Foetsie

Foetsie, pleite, met de muziek mee… dat was mijn reactie gistermiddag toen ik op de bus stond te wachten om naar Grote Zus te gaan. Door lichamelijk ongemak gekweld was ik al een tijdje niet meer bij deze halte geweest maar had voor de deur de bus naar het ziekenhuis genomen om daar over te stappen in de bus naar Grote Zus. Enige nadeel was dat ik daar dik twintig minuten moet wachten, maar een stoeltje in de hal en wat er dan allemaal aan leed en ellende voorbij schuifelt of rijdt; de tijd vliegt.
Gisteren was het lekker fris weer en ik was goed gemutst met mijn zwarte wollen alpinopetje en daarom maar weer eens naar de halte bij de Grafische School gelopen en die mooie school was weg of ie er nooit gestaan had!
Ik begin niet over voldoen aan de eisen van deze tijd of over megalomane bestuurders en vuige op geld beluste project-ontwikkelaars maar zonde is het allemaal wel.

Triest

Ik had vandaag, zondag, al mijn woudlopersvaardigheden — in goed Nederlands Bushcraft Skills — nodig om een beetje rustig door mijn speeltuin te kunnen lopen.
En daardoor kwam ik langs dit bord — in goed Nederlands deze Display — en daar heb ik even onder m’n alpinopetje op mijn hoofd staan krabben.
Hier werd met lichtjes aanschouwelijk gemaakt hoeveel fietsers er zowel vandaag als dit hele al jaar voorbij waren gekomen in het kader van: ons Brabant fietst.
Brabant vervoerde ons al maar ons moet niet proberen om onze fiets in de bus mee te nemen. Gaat niet.
Even zo vrolijk een mooi bord, kost wat maar dan heb je ook wat en over dit prachtige snelfietspad zoeven best wel veel fietsers voorbij maar voor de rest is het meer: ons Brabant rijdt auto.
Ik was ondertussen razend nieuwsgierig naar de aantallen, maar helaas het werkte niet, een of andere vandaal had zijn of haar ontroering over zoveel moois niet anders kunnen uiten dan met grof geweld. Dood bord. Triest.

Zonnegloren

Was het niet de oude Staring — ja die van de Staringstraat — die schreef:
‘Ik ben geboren uit zonnegloren en een zucht van de ziedende zee…’
In ieder geval maakte Kees Stip daarvan:
‘Ik ben geboren in Apeldoren en mijn zuster in Zierikzee
die omhoog is gestegen om de trap aan te vegen,
maar o jee ze viel maar benee.’

Het was stil in Gennep

Behalve even in de lucht, maar dat was ook zo voorbij en toen keerde de rust weer terug. Ik wist natuurlijk dat zo ongeveer alle brave mensen weer aan het werk waren maar verwachte daarom juist een grote menigte wanhopige oppasopa’s en -oma’s met kleinkinderen en ‘Ach neem die van mijn vriendin er ook maar bij voor zolang; jullie zijn schatten’. Maar neen niet één, zouden de oudjes eindelijk verstand gekregen hebben en massaal in opstand gekomen zijn?
Op een enkele vertrouwde hondelaar en welgeteld een haastige holler na was het leeg, gewoon leeg helemaal alleen voor mij. Poeh hé.